Katten

Katten zijn prachtige dieren, zelfstandig en eigenzinnig. Er zijn heel avontuurlijke types, echt buitenkatten en luie schootkatten. Of jij nu een echte raskat hebt of een avontuurlijke rover, bij ons kunt je terecht voor vaccinaties, andere preventieve zorg en hulp bij ongelukken. Heb jij vragen over de gezondheid van je kat? Hieronder vindt je de meest voorkomende probleempjes. Kom je er niet uit. Neem gerust contact met ons op. Het eerste levensjaar vinden we extra belangrijk, dus vraag ook naar onze kittenbegeleiding.

Twijfelt u over de gezondheid van uw kat, bel gerust even op of kom langs op de kliniek.


Ziekte & Behandeling

In dit overzicht kunt u informatie vinden over ziektes en behandelingen.

ASTMA

Wat is astma?

Astma is een ontsteking van de diepe luchtwegen. In de luchtwegen is er een vernauwing, dat komt doordat:

  • Er meer slijmvorming is
  • De spieren in de wand samentrekken
  • Er vocht wordt vastgehouden in de luchtwegen

De ontsteking ontstaat door ‘hyperreactiviteit' van de luchtwegen: ze reageren overdreven op stoffen die in worden geademd (luchtwegallergenen). Als een kat langere tijd astma heeft kunnen er veranderingen in longen optreden die onomkeerbaar zijn zoals longemfyseem.

Diagnose
In de kliniek is uw kat onderzocht en op basis van het lichamelijk onderzoek en een röntgenfoto is de diagnose astma gesteld.

Hoe zou een kat met astma beschrijven hoe hij zich voelt:

  • Ik heb moeite om een goede tuig adem te halen, dat is eng en heel vermoeiend
  • Dat komt omdat de buisjes waar de lucht doorheen gaat naar mijn longen (luchtpijp en bronchiën) geïrriteerd zijn en soms ontstoken
  • Deze buisjes kunnen zelfs samenvallen (zoals een rietje in een hele dikke milkshake).
  • Hoe erg mijn luchtwegen geïrriteerd zijn wisselt wat, en met medicatie kunnen mijn baasjes en de dierenarts het onderdrukken, maar de astma zal wel altijd in me zitten.*

*Bron: www.fritzthebrave.com (over de kat Fritz die astma heeft)

Behandeling

Maatregelen in huis
In huis is het belangrijk om mogelijk irriterende stoffen te voorkomen zoals:
sigarettenrook, stof van de kattenbak, parfums, schoonmaakmiddelen

Medicatie
Daarnaast zijn er verschillende opties voor de behandeling. Vaak schrijven we het middel ‘ventipulmin' voor dat door het eten wordt gegeven en de luchtwegen verwijd.

Daarnaast is het het mooist om met een inhaler te gaan werken, net als bij mensen die astma hebben. We gebruiken daarvoor een babymasker om het toe te kunnen dienen. Als er ook bacteriën meespelen bij de luchtwegontsteking wordt er ook antibiotica meegegeven.

Meer informatie
Ondanks dat er wat andere materialen gebruikt worden is de volgende website heel informatief:
www.fritzthebrave.com

ALLERGIE

Algemeen
Bij een allergie reageert het immuunsysteem overdreven sterk op stoffen van buitenaf. Normaal gesproken worden afweerstoffen en afweercellen aangemaakt. Zo is de het lichaam in de toekomst opgewassen tegen deze vreemde stoffen. Bij een volgend contact je niets aan het dier moeten merken. Bij allergie patiënten gaat het hier echter mis. Het immuunsysteem geageerd veel te heftig, en zorgt voor de productie van stoffen die leiden tot een ontsteking en het optreden van jeuk.
Veel voorkomende allergieën zijn: vlooienallergie, voedingsallergie, contactallergie, medicijnallergie en bacteriële allergie.

Klachten
Jeuk is de voornaamste klacht, dit kan zich uitten door likken, bijten en schuren. Op deze plekken zie je kale plekken, roodheid en pukkeltjes. Voor bacteriën zijn deze plekken erg aantrekkelijk, zij maken de ontsteking nog erger.

Diagnose
Allereerst wordt gekeken of uw dier geen vlooien of mijten heeft. Zijn we er uit dat het om een allergie gaat, dan kunnen we een intradermale allergie tests of bloedonderzoek uitzoeken om welke vorm van allergie het gaat. Een voedselallergie kan alleen door een eliminatiedieet (hypoallergeen dieet) uitgesloten worden.

Behandeling
Soms is het mogelijk uw allergische dier te "hyposensibiliseren"; De stof waar uw dier allergisch op reageert wordt in oplopende dosering ingespoten om uw dier te laten wennen aan de betreffende stof(fen). Het genezingspercentage wordt geschat op circa 70%.
Blijkt dat uw dier allergisch is voor bepaalde eiwitten en koolhydraten in het voer dan werkt een hypoallergeen dieet vaak erg goed.

BEVALLING BIJ DE KAT

Poezen dragen gemiddeld 66-67 dagen. Bij meerdere kittens is dat vaak verlengd tot 71 dagen. Een verlengde drachtduur is zelden reden tot ingrijpen (tenzij de bevalling wel begonnen is maar niet vordert: zie onder).

De bevalling is in te delen in drie fasen:

  • De voorbereidingsfase
  • De ontsluitingsfase
  • De uitdrijvingsfase

Tijdens de voorbereidingsfase bereidt de poes de komst van haar kittens voor. Sommige poezen zoeken een plekje alleen om te baren, maar de meeste poezen wachten op de eigenaar. Bij veel poezen zal het dan ook opvallen dat ze vlak voor de start van de bevalling aanhankelijker zijn. Toch zijn ook veel poezen voor de bevalling onrustig. Soms proberen ze een nest te bouwen, of miauwen ze meer dan normaal. Ook kunnen ze hijgen: ademen met de bek open. Ze likken zich vaker, met name van onderen (de vulva). Soms kan de poes ook wat slijm verliezen, vaak helder en taai. Dit is het teken van ontsluiting, de bevalling zal nu binnen 24 uur plaatsvinden.

In de ontsluitingsfase beginnen de weeën. De weeën starten al een paar uur voor de kittens geboren worden, ze zorgen ervoor dat de baarmoedermond opgerekt wordt. Bij poezen daalt de lichaamstemperatuut niet voor de bevalling zoals bij honden wel het geval is.

De uitdrijvingsfase begint op het moment dat de poes mee gaat persen met de weeën. Dit meepersen gebeurt reflexmatig. Deze reflex wordt veroorzaakt doordat er een kitten in het bekken van de poes komt. Tijdens een wee zal de poes meerdere malen persen. Ze houdt de staart omhoog om meer ruimte in de bekkenholte te krijgen. Soms zoeken poezen de kattenbak op als het echt persen begonnen is.

Binnen enkele uren nadat het eerste vruchtwater is vrijgekomen, moet het eerste kitten geboren zijn. Is het vruchtwater wat groen van kleur, dan moet het eerste kitten binnen 1 uur geboren zijn. Het persen kan even duren, toch mag een poes niet langer dan een half uur op een kitten aan het persen zijn zonder dat er wat gebeurt. Poezen nemen na de geboorte van elk kitten meestal een kortere of langere pauze, waarin niet geperst wordt. Daarom duurt het gemiddeld drie kwartier tussen de geboorte van twee kittens. De pauze waarin niet geperst wordt, mag wel twee tot drie uur duren. Poezen kunnen tijdens deze periode in slaap vallen, waardoor het nog wel langer kan duren voor ze weer begint met persen.

Elk kitten heeft een eigen nageboorte. De nageboorte komt in de regel direct na elk kitten. Soms gebeurt het dat er eerst twee kittens komen en dan de twee nageboorten. Vaak zit de nageboorte nog aan het kitten vast. De poes breekt de nageboorte af: die scheurt meestal spontaan op de juiste plaats van de navelstreng. Mocht een navelstreng bloeden, of niet afscheuren, dan kunt u deze afbinden met een stevige garendraad ontsmet met alcohol, doe dit op een centimeter of 1,5 van de buikwand van het kitten af.

Als een jong nog in de vruchtvliezen zit bij de geboorte, bijt of likt de poes deze stuk. Als de poes dit zelf niet doet dan moet de u dit doen. Als de poes haar kittens niet droog likt, moeten ze ook goed drooggewreven worden.

Wanneer moet ik de dierenarts bellen?

  • Wanneer de geboorte na 71 dagen nog niet op gang gekomen is
  • Wanneer de volgende tijden worden overschreden:
  • Meer dan 20 min. krachtig persen, zonder resultaat
  • Meer dan 1-2 uur af en toe zwak persen
  • Wanneer er meer dan 3 uur tussen de kittens zit zonder dat de poes perst
  • Verlies van veel bloed via de vulva, of bruinzwarte uitvloeiing

Tijdens de bevalling:
Zorg voor absolute rust!!!
Het is voor de poes belangrijk dat er iemand in de buurt is die zij vertrouwt en die haar zal beschermen. Hierdoor zal de poes zich veel meer op haar gemak voelen tijdens de geboorte. Het is wel belangrijk dat de eigenaar het vertrouwen ook geeft. Dus niet in paniek raken, maar rustig en vooral geduldig blijven.

BLAASGRUIS/ BLAASSTEEN

Bij sommige katten wordt er in de blaas blaasgruis gevormd. Dit gruis kan samenklonteren tot kleine steentjes. Gruis en steentjes geven irritatie van de blaaswand en kan leiden tot een blaasontsteking. Kijk voor een blaasteenoperatie in het fotoalbum.

Blaasgruis voor een poes is een heel vervelend en pijnlijk probleem, maar blaasgruis bij de (gecastreerde) kater kan levensbedreigend zijn! Dit komt omdat de kater in tegenstelling tot de poes een vrij nauwe penispunt heeft, waar het gruis kan vastlopen. Indien de plasbuis verstopt raakt, kan de blaas zich niet ledigen (de kat kan niet plassen). Nu blijven alle giftige afvalstoffen in het lichaam. Als de blaas zijn maximale grote heeft bereikt, kunnen de nieren hun urine niet meer afvoeren en het bloed niet meer filteren. Dit kan zo leiden tot nierschade en bloedvergiftiging. Een verstopping door blaasgruis is dus een spoedgeval en dient zo snel mogelijk verholpen te worden!

Klachten
Uw kat kan u op verschillende manieren laten zien dat hij blaasgruis heeft:

  • Vaker naar de kattenbak gaan
  • Te lang op de kattenbak blijven zitten
  • Verhoogde persdrang, blijven zitten in de plashouding
  • Pijnuitingen op de kattenbak, zoals klagelijk miauwen of zelfs gillen
  • Veel likken aan de onderkant van de staart
  • Rode urine
  • Kleine plasjes of druppels urine buiten de kattenbak
  • Op gekke plekken plassen: gootsteen of boven op tafel
  • Pijn bij aanraken van de buik en optillen
  • Behandeling
  • Blaasgruis is vaak eenvoudig te verhelpen met een speciaal dieet: Urinary van Royal Canin. Dit dieet lost het gruis als het ware op. Heeft uw kater een verstopte plasbuis, dan is de behandeling alsvolgt:

De verstopping wordt opgeheven door een urinekatheter (dun flexibel buisje) via de penis in de blaas te brengen, uw kat krijgt hiervoor een lichte narcose. Lukt dit katheteriseren niet, dan is het nodig om de blaas eerst met behulp van een blaaspunctie te ledigen, waarna de katheter wordt ingebracht. Na inbrengen van een katheter wordt de blaas gespoeld om alle gruis te verwijderen. Mocht de kater dan nog steeds niet kunnen plassen, of is de verstopping niet met een katheter op te heffen of hij raakt steeds weer verstopt dan wordt gekozen voor een operatie: de penisamputatie. Bij deze operatie wordt het laatste, nauwe gedeelte van de penis verwijderd, waardoor de kater, net als de poes, een brede uitgang van de plasbuis krijgt en hij niet meer verstopt kan raken.

BRAKEN

Braken heeft een functie, maar regelmatig braken is niet normaal. Braken kan veel oorzaken hebben:

  • Ziekten van lever, nier, alvleesklier, maag, darm, geslachtsorganen
  • Gifstoffen in het bloed (ook afvalstoffen uit het eigen lichaam of van geneesmiddelen)
  • Problemen evenwichtsorgaan (bijvoorbeeld een binnenoorontsteking of reisziekte)

Acute maag- of darmontsteking
Katten hebben soms opeens last van braken, al dan niet samen met diarree. Lang niet altijd wordt er duidelijk wat de oorzaak is. Mogelijke oorzaken zijn een voerverandering, bedorven voedsel, vreemde voorwerpen, giftige planten, chemicaliën en medicijnen.
De dierenarts zal uw kat lichamelijk onderzoeken (in de bek kijken, pols opnemen, buik afvoelen en temperaturen). Meestal kan uw kat met medicijnen behandeld worden waarmee we zorgen dat hij niet uitdroogt, pijn- en misselijkheid geremd worden en de eetlust opgewekt wordt.

Vervolgonderzoek
Als uw kat niet opknapt van de medicijnen moet u opnieuw contact opnemen met de dierenarts. Dat is het geval als uw kat na 24 uur nog braakt, helemaal geen eten binnenhoudt, slomer wordt, als de klachten terugkomen, of bij afvallen, buikpijn, bloed in het braaksel, koorts of uitdroging. Het kan zijn dat uw kat infuustherapie nodig heeft en soms is verder onderzoek zoals ontlastingsonderzoek, bloedonderzoek, of röntgenfoto's nodig. In enkele gevallen is een echoscopie van de buik of een endoscopie noodzakelijk om er achter te komen wat voor aandoening er speelt.

Haarballen
Katten met langhaar of huidproblemen hebben nog wel eens haarballen omdat ze hun vacht blijven verzorgen. Over het algemeen spugen ze die uit, maar als ze dat niet doen kunnen de haren zorgen voor een verstopping in de slokdarm, maag of darm. Meer informatie vindt u onder het kopje haarballen.

DEKKING VAN DE POES  

In het voorjaar komen veel niet gesteriliseerde poezen drachtig thuis. Vanaf een week of drie is dat te zien aan de tepels: die beginnen te zwellen en worden wat roder. Ook zal de buikomvang toe gaan nemen. De drachtduur is bij poezen gemiddeld 66-67 dagen. Voor meer informatie over de bevalling klik hier.

Soms overvalt dit de eigenaar van een poes. Als mensen echter graag een nestje willen bij hun poes, kan de poes als ze krols is naar een dekkater gebracht worden. Andersom: de kater naar de poes brengen, werkt vaak niet omdat de meeste katers alleen dekken in hun eigen territorium. Er is meer kans op een succesvolle dekking als de dagen lengen: een periode van 14 uur licht wordt geadviseerd.

Als poezen krols zijn kunnen ze door meerdere katers gedekt worden. Ze kunnen dan uiteindelijk kittens in hun buik hebben van verschillende vaders! Katers op hun beurt hebben een soort van harem, zo kunnen ze vijftien tot twintig poezen dekken.

Hoe is krolsheid te herkennen bij een poes?

  • Aanhankelijker
  • Trappelen met de achterpoten
  • Overdreven met de achterhand omhoog staan
  • Meer miauwen
  • Rollen

Over het algemeen blijft de poes voor één tot drie dagen bij de dekkater. Het dekken zelf gaat snel bij katten en kan daardoor makkelijk gemist worden door de eigenaar. De dekking duurt één tot tien minuten. Na de dekking slaat de poes een kreet, waarna ze over de grond rolt, zich uitrekt en zich van onderen zal likken (aan de vulva).

Poezen zijn "induced ovulators", wat betekent dat ze een eisprong krijgen na de dekking. Bij de helft van de poezen zijn hier meerdere dekkingen voor nodig. Meerdere dekkingen tijdens de eerste drie dagen van de krolsheid worden dan ook geadviseerd.

Wanneer kan een dekking moeizamer verlopen?

  • Onervarenheid van poes of kater
  • Afleiding (er is absolute rust nodig)
  • Als poes en kater niet tot elkaar aangetrokken zijn

DIARREE

Diarree wordt veroorzaakt doordat er onvoldoende vocht aan de ontlasting onttrokken wordt. Dit kan doordat de dunne- of dikke darm ontstoken is. Bij een dikke darm probleem zien we vaak na-persen, winderigheid en vaak kleine beetjes ontlasting, ook kan er vers bloed op de ontlasting te zien zijn.

De belangrijkste vraag bij een kat met diarree is:

Voelt uw dier zich ziek van diarree? Let hierbij vooral op sloomheid, buikpijn, braken, bloed bij de ontlasting en niet willen eten en drinken. Zijn hier afwijkingen in te bemerken dan is het verstandig om de dierenarts te laten kijken.

Voelt uw kat zich nog volledig gezond, dan kunt u gerust 2 dagen afwachten. Geef uw kat zijn/haar normale voedsel, maar verdeel dit over kleine porties over de dag. Doe het even wat rustiger aan, geen drukke spelletjes.

Is uw kat na deze 2 dagen nog steeds aan de diarree, ga dan naar de dierenarts. Neem dan direct wat ontlasting mee voor onderzoek.

Ziektes die wij door ontlastingsonderzoek op kunnen sporen zijn:

  • worminfecties
  • giardia
  • parvo

De meeste ziektes kunnen wij direct in de kliniek opsporen, u heeft dan binnen een uur de uitslag.

ENTINGEN

Gelukkig is het tegenwoordig mogelijk uw kat tegen gevaarlijke ziektes te beschermen door middel van inentingen (vaccinaties). Met een vaccinatie spuiten we een kapot gemaakte ziekteverwekker in, deze kan geen ziekte meer veroorzaken, maar wel zorgen voor weerstandsopbouw. Wanneer uw kat later met een echte ziekteverwekker in aanraking komt, herkent de afweer deze en kan ze veel sneller en sterker reageren.

Het is belangrijk vroeg te beginnen met vaccineren, net als bij kinderen. Het vaccinatieschema van het kitten is:

  • 9 weken leeftijd
  • 12 weken leeftijd
  • op 1 jaar leeftijd

Daarna moet uw kat ieder jaar zijn herhalings enting krijgen. Er wordt tegen verschillende ziekte ingeent.

Kattenziekte (parvo)
Een ernstige en zeer besmettelijke ziekte, die met name problemen veroorzaakt bij jonge dieren. Het virus vermeerdert zich in het beenmerg en de darmen. Daar treden ook de problemen op die zich uiten in: buikpijn, braken, diarree en koorts. Dieren die de infectie overleven houden vaak nog maanden lang diarree. Drachtige poezen die geinfecteerd worden krijgen kittens met hersenafwijkingen.

Niesziekte
We spreken van niesziekte bij een ontsteking van de voorste luchtwegen. Verschillende virussen en bacteriën kunnen hierbij een rol spelen. Afhankelijk van de aggresiviteit van de verwekken en de weestand van de kat kunnen de volgende verschijnselen optreden:

  • niezen
  • neusuitvloeiing, van waterig tot pus
  • ooguitvoeiing
  • blaasjes en zweertjes op de tong
  • longontsteking

Katten die eenmaal een flinke niesziekte hebben doorgemaakt worden vaak drager en kunnen bij een periode van stress opnieuw verschijnselen krijgen. Er zijn 2 type inentingen tegen niesziekte, de gebruikelijk inenting is gericht op 2 virussen die niesziekte veroorzaken. Daarnaast bestaat er een neusenting die tegen de Bordetella bacterie beschermt.

Rabiës
Hondsdolheid komt gelukkig niet zo vaak voor in Nederland. Neemt u uw kat mee naar het buitenland, dan is inenting verplicht.

EPILEPSIE

Wat is epilepsie?
Epilepsie is een ziekte van het zenuwstelsel. Honden en katten met epilepsie hebben (het ene dier vaker dan het andere) toevallen: aanvalsgewijs afwijkend gedrag dat ontstaat door verkeerde elektrische activiteit in de hersenen. Achter die elektrische activiteit kunnen de volgende oorzaken liggen:

Primair: er ligt geen oorzaak achter, het is met epilepsie begonnen
Secundair: een probleem in de hersenen (bijvoorbeeld een hersentumor, ontsteking of trauma)
Metabool: stoffen in het bloed kunnen de hersenen beïnvloeden (bijvoorbeeld
een leverprobleem, maar ook een vergiftiging of vitaminetekort zijn mogelijk)
Bij primaire epilepsie is het altijd zo dat de eerste toeval plaatsvindt tussen een halfjaar en vijf jaar leeftijd en dat er tussen de toevallen door geen afwijkingen zijn.

Zijn er dieren die vaker epilepsie krijgen?
Epilepsie komt voor bij elke diersoort: van vogel, tot konijn, kat en hond. Er zijn een aantal hondenrassen waarbij epilepsie erfelijk kan zijn, maar bij katten is dit nog niet bekend.

Hoe kan u zien of de aanval van uw huisdier epilepsie is?
Een toeval van epilepsie kan er per dier heel verschillend uitzien. Het is vooral belangrijk om het te onderscheiden van flauwtes (bijvoorbeeld door een hartprobleem) en pijnaanvallen.
Wat je kan zien bij een epilepsie toeval:

  • Onrust
  • Braken
  • Janken of krijsen
  • Omvallen
  • Bewustzijnsverlies
  • Krampen
  • Poten strekken, soms fietsen met de poten
  • Nek achterover strekken
  • Laten lopen van urine en/of ontlasting
  • Schuimbekken of speekselen
  • In de eigen poten of staart bijten (mn kat)

De meeste toevallen duren maximaal drie minuten, maar als baas lijkt het een eeuwigheid te duren. Na de toeval is snel alles weer zoals het was. Sommige dieren houden nog verschijnselen na een toeval, zoals:

  • Honger
  • Dorst
  • Eten van vreemde dingen
  • Slecht zien

Hieronder volgt een korte beschrijving van een flauwte en een pijnaanval. Deze kunnen sterk op epilepsie lijken, maar zijn het niet.

Flauwte

  • Is het gevolg van zuurstoftekort in de hersenen. Treedt meestal op bij inspanning en opwinding. Er is vaak bewustzijnsverlies en de spieren zijn even helemaal slap.

Pijnaanval:

  • Het dier zal mogelijk janken, piepen of vluchten. Soms laten ze zich vallen. Ze blijven altijd bij bewustzijn en kijken vaak naar de baas.

Spoed?
Het is voor een baas heel naar om een toeval mee te maken bij een huisdier. Het is verstandig om wel contact op te nemen met de kliniek, maar het beste is om het huisdier in de eigen, veilige omgeving te laten liggen tot de toeval over is. Als uw dier niet binnen enkele minuten zelf uit de toeval komt of steeds opnieuw een toeval krijgt moet er wel meteen een dierenarts aan te pas komen: deze kan dan een injectie geven die de epilepsie tegen gaat.

Diagnose
Het onderzoek kan het beste plaatsvinden binnen 24 uur nadat een toeval heeft plaatsgevonden. De dierenarts zal het dier eerst lichamelijk onderzoeken (inclusief een onderzoek van het zenuwstelsel). Daarnaast is het verstandig om bloedonderzoek te doen.

Therapie
Als er een oorzaak van de epilepsie wordt gevonden, dan kunnen we die zo mogelijk behandelen. Is dat niet mogelijk, dan starten we met medicijnen tegen de epilepsie zelf: fenobarbital. Met elke toeval die een dier krijgt wordt de drempel verlaagd om nieuwe toevallen te krijgen. Sommige dieren krijgen echter maar één keer in hun leven een toeval. Een leidraad voor het starten met medicatie is als de toevallen vaker dan eens per 6 weken plaatsvinden, of langer dan 5 minuten duren. Voordat we met medicatie starten, moet eerst de leverfunctie gecontroleerd worden met behulp van bloedonderzoek. Vaak is het met de medicijnen niet mogelijk om de toevallen helemaal te voorkomen. Daarom krijgt u als baas ook een rectiole mee: een medicijn dat u tijdens een toeval (via de anus) toe kunt dienen zodat de toeval stopt.

FELV, FELINE LEUKEMIE VIRUS

FeLV is een virus, uit de groep van de retrovirussen, dezelfde groep als waar het kattenaidsvirus uit afkomstig is. Toch is FeLV een hele andere ziekte.

Hoe komt een kat aan FeLV?
FeLV komt niet veel voor. We zien het vaker bij katten die heel jong zijn, of een zwakke gezondheid hebben. Katten besmetten elkaar met het virus via speeksel, neuscontact, urine, ontlasting en melk van een besmette moederpoes. Ook kunnen kittens in de baarmoeder al besmet zijn. Katten lopen de ziekte sneller op door bijtwonden, of door elkaar te likken dan door een kattenbak of voerbakje te delen.

Wat doet het virus met een kat?
Het FeLV virus zorgt dat het immuunsysteem niet goed werkt. Daarom kunnen bacteriën, virussen, parasieten en schimmels waar een kat normaal niet ziek van wordt voor een kat met FeLV een groot gevaar betekenen. Daarnaast kan het kanker veroorzaken en bloedstoornissen.

Symptomen
Juist omdat allerlei infecties bij FeLV katten voor ziekte kunnen zorgen zijn de symptomen heel verschillend en vaak niet specifiek.

  • Geen honger
  • Gewichtsverlies
  • Slechte vacht
  • Koorts
  • Bloedarmoede
  • Ontstekingen in de bek
  • Infecties in de huid, blaas, of luchtwegen
  • Diarree
  • Toevallen of een veranderd gedrag
  • Oogafwijkingen
  • Abortus of geboorteafwijkingen als de moederpoes FeLV heeft

Diagnose
Als we in de kliniek een kat hebben die de symptomen van FeLV heeft zullen we een beetje bloed afnemen en met een sneltest op de ziekte controleren.

Voorkomen
De enige manier om zeker te weten dat een kat geen FeLV oploopt is om te voorkomen dat er contact is met katten die de ziekte bij zich kunnen dragen.

Wat te doen als u er achter komt dat een van uw katten FeLV heeft?
Als er een geïnfecteerde kat in huis is, zorg dan dat deze apart gehuisvest is, en houd ook water- en voerbakjes gescheiden net als de kattenbak. Test ook de andere katten in huis om te zien of ze de ziekte niet hebben opgelopen. De kat met FeLV moet de rest van zijn leven binnen blijven, hij heeft dan minder risico om infecties op te lopen en zo kunnen buurtkatten niet besmet raken. Een kat met FeLV zal niet oud worden, en heeft veel zorg en regelmatige dierenartscontroles nodig.

Kan ik zelf ook ziek worden van een kat met FeLV?
Nee, FeLV is niet besmettelijk voor mensen. Katten met FeLV dragen wel vaak andere ziektes mee die wel gevaarlijk voor mensen kunnen zijn.

FIP, FELINE INFECTIEUZE PERITONITIS

FIP (Feline Infectieuze Pertonitis) is een weinig voorkomende, maar dodelijke ziekte die wordt veroorzaakt door bepaalde stammen van het zogenaamde coronavirus. De meeste katten dragen dit coronavirus bij zich, maar een heel klein deel van de katten krijgt de ziekte FIP.

Hoe kan dat? Uit onderzoek blijkt dat een kat pas FIP krijgt als het coronavirus een mutatie ondergaat. Daarnaast spelen ook factoren zoals het immuunsysteem, stress en genetische achtergrond van de kat een rol. Als FIP zich ontwikkelt ontstaat er een heftige immuunreactie rond de bloedvaten waar zich geïnfecteerde cellen bevinden, in allerlei organen. Het eigen immuunsysteem van de kat zorgt dus dat de kat ziek wordt, een vervelend fenomeen. Het FIP virus is het enige virus dat zo werkt.

Besmetting

Katten nemen het (nog niet gemuteerde) coronavirus op via de bek. De belangrijkste infectiebron van coronavirus zijn speeksel en ontlasting. Een kitten wordt vaak door de moeder besmet als hij vijf tot acht weken oud is. Iedere kat die het coronavirus bij zich draagt kan de ziekte krijgen. Het kan weken, maanden, of zelfs jaren duren voordat FIP zich ontwikkelt na opname van het coronavirus, en maar een klein percentage van de katten met coronavirus ontwikkelt FIP. Katten met klinische symptomen van FIP scheiden nog maar weinig virus uit.

Diagnose

Omdat veel katten het niet-gemuteerde (en daarmee relatief ongevaarlijke) coronavirus bij zich dragen, is diagnose aan de hand van het virus niet te stellen: de twee varianten zijn niet van elkaar te onderscheiden. Hoe graag we er ook een zouden willen hebben, een FIP test bestaat (nog) niet. De symptomen zijn bij deze ziekte daarom heel belangrijk. Omdat katten meesters zijn in het maskeren dat ze ziek zijn lijkt het vaak alsof FIP heel plotseling ontstaat. We zien de ziekte het meest bij katten tot twee jaar leeftijd, en vooral bij katten die met veel andere katten samen leven of een zwakke gezondheid hebben (bijvoorbeeld door een andere ziekte zoals FeLV).

Symptomen

  • Koorts
  • Afvallen en minder trek in eten
  • Sloom
  • Bloedarmoede
  • Slechte groei in kittens
  • Een dikke buik krijgen
  • Benauwd
  • Slechte vacht
  • Gele slijmvliezen

Twee vormen

Van de ziekte FIP bestaan twee vormen: een ‘droge' en een ‘natte' vorm. Bij beide vormen worden er een heleboel kleine ontstekingen gevormd in verschillende organen. Bij de natte vorm wordt er veel vocht in de buik en- of borstholte gevormd. Met een naaldje kunnen we dit vocht soms opzuigen. Als het vocht geel is en dradentrekkend hebben we een duidelijk vermoeden van FIP. Tegenwoordig kan er een laboratoriumtest worden uitgevoerd op het vocht. De droge vorm is lastiger, vaak zijn de knobbeltjes in de organen pas te zien met een operatie.

Geen therapie

Datgene wat het zo'n gemene ziekte maakt is dat er geen therapie voor bestaat. Een kat met de natte vorm van FIP kan soms het beste uit zijn lijden worden verlost. Bij een kat met de droge vorm van FIP kunnen we soms proberen met medicijnen de ziekte te remmen, maar genezen kunnen we het niet.

Voorkomen

Hygiënische maatregelen en het voorkomen van stress zijn de belangrijkste maatregelen. Zo moeten de kattenbakken dagelijks schoon gehouden worden, moeten eet- en drinkbakjes niet naast de kattenbak staan, en is het belangrijk om de katten gezond houden, ook met behulp van goed voer, ontwormen en vaccineren tegen katten- en niesziekte.

GIARDIA

Giardia is een eencellige parasiet (protozo) die voorkomt bij zoogdieren, ook bij de mens.

De parasiet leeft in de dunne darm. Hij hecht zich met behulp van tentakels aan het slijmvlies. Hierdoor raakt de darm aan de oppervlakte beschadigd, waardoor de vertering en de opname van voedingsstoffen niet meer optimaal verlopen. Door deze slechte vertering ontstaat diarree.

Ziektebeeld
Giardia-infecties verlopen vaak zonder uitwendige verschijnselen, bij jonge en verzwakte dieren zien we wel ziekteverschijnselen, zoals telkens terugkerende diarree. Daarnaast is er sprake van slechte voedselverwerking, gewichtsverlies en verminderde vitaliteit. De eetlust blijft bijna altijd behouden. Volwassen dieren vertonen minder vaak symptomen, maar ze scheiden wel eitjes uit en kunnen hierdoor andere dieren besmetten.

Besmetting
Besmetting met Giardia ontstaat door opname van eitjes. Deze eitjes bevinden zich in uitwerpselen van besmette dieren.

Diagnose
De diagnose kan worden bevestigd door het aantonen van de parasiet in ontlasting. Dit gebeurt door het uitvoeren van een snap-test. Binnen een half uur hebben we de uitslag voor u. Neem wel even wat verse ontlasting mee.

Behandeling
De behandeling van Giardia bij katten bestaat een medicijnkuur.
Let op: reiniging en desinfectie van vacht, wanden, vloeren, materialen e.d. is erg belangrijk om herbesmetting te voorkomen.

HARTWORM

Hartworm, ook wel Dirofilaria immitis is een worm die wordt overgedragen door verschillende muggensoorten. In Nederland komt de worm niet standaard voor, het is hier niet warm genoeg. In Europa wordt de worm vooral aangetroffen in de landen rond de Middellandse Zee, het komt veel voor beneden de grens Parijs-Milaan. De ziekte is dus aan aan het oprukken richting Nederland, maar komt nu alleen nog maar voor bij dieren die in zuidelijke streken zijn geweest.

Overdracht
Als een besmette mug uw huisdier bijt komen de microlarven van de hartworm in het bloed van uw hond of kat. De larven verhuizen naar de longslagader en daar worden het volwassen hartwormen die nieuwe larven produceren. De wormen kunnen meer dan twintig cm lang worden. Als er veel wormen aanwezig zijn komen ze ook in het hart terecht. De microlarven liggen onder de huid in kleine haarvaatjes te wachten op het volgende stekende insect: met de mug liften ze mee om het volgende slachtoffer te besmetten. Honden en katten kunnen elkaar onderling niet besmetten, de mug is nodig voor de overdracht.

Verschijnselen

  • Benauwdheid
  • Hoesten (soms met bloed)
  • Vermageren
  • Koorts
  • Verminderd uithoudingsvermogen
  • Hartfalen, soms ook hartritmestoornissen
  • Leververgroting
  • Nierproblemen
  • Vocht in de buik
  • Sterfte

De eerste verschijnselen kunnen optreden vanaf twee maanden na de besmetting. Katten hebben vaak minder last van de infectie dan honden, doordat de wormen bij katten iets minder groot worden en minder lang leven.

Diagnose
Door de verschijnselen en door algemeen bloed- en urineonderzoek kunnen we een dier (dat in het buitenland is geweest) gaan verdenken van hartworm.
Zo kunnen we zien:

  • Bloedarmoede
  • Teveel witte bloedcellen (ontstekingscellen)
  • Eiwit in de urine

Als we een dier verdenken sturen we bloed op naar het laboratorium waar op antilichamen tegen hartworm getest wordt. Pas zeven maanden na een hartworminfectie zijn die antilichamen met zekerheid te vinden.

Behandeling
De behandeling van hartworm brengt een risico met zich mee. Voorkomen van deze ziekte is dus echt heel erg belangrijk! Want als de volwassen wormen dood gaan, kunnen ze vastlopen in de bloedvaten en zo voor infarcten zorgen. We behandelen volwassen hartwormen met speciale injecties.

Voorkomen
Om te zorgen dat, als uw dier besmet wordt, de larfjes nooit uit kunnen groeien tot volwassen hartwormen, is het belangrijk om uw dier elke maand te ontwormen met een ontwormmiddel tegen hartworm, bij een verblijf in een risicogebied. Ook één maand na thuiskomst moet u deze behandeling nogmaals herhalen. Dierenkliniek Steenwijk adviseert voor het ontwormen in het buitenland Milbemax. Dit middel werkt niet alleen tegen hartwormen maar ook tegen alle belangrijke maagdarmwormen. Ook het spot-on product Stronghold is te gebruiken tegen hartworm (dit werkt echter niet tegen lintwormen).

HOGE BLOEDDRUK

Net als mensen hebben veel oudere katten last van een verhoogde bloeddruk. Zeker in het beginstadium hoef je nog niets te merken aan de kat. Dit terwijl er al wel organen beschadigd raken door de te hoge bloeddruk. We spreken van een verhoogde bloeddruk bij de kat als deze boven de 160 mmHg is.

Bloeddrukmeting

Het opmeten van de bloeddruk van de kat is een precies werkje. We proberen de kat eerst zoveel mogelijk tot rust te brengen aangezien stress de bloeddruk ook opvoert. Dan meten we met een drukmanchetje om het pootje of de staart van de kat de bloeddruk op, dit herhalen we 5 keer om er zeker van te zijn dat we de goede bloeddruk hebben.

Oorzaken

De belangrijkste oorzaken voor een verhoogde bloeddruk bij de kat zijn;

  • Langdurig nierfalen.
  • Een te snel werkende schildklier
  • Hartfalen
  • Suikerziekte
  • Langdurige bloedarmoede
  • Bij katten waarvan bekend is dat ze één van de bovenstaande aandoeningen hebben is het erg belangrijk de bloeddruk regelmatig (ieder ½ jaar) te controleren.

Verschijnselen

Oog: Door de hoge bloeddruk kan het netvlies los gaan laten, dit veroorzaakt blindheid bij de kat. Ook kunnen er bloedingen in de voorste oogkamer en het glasachtig lichaam optreden.
Nieren: Een verhoogde bloeddruk veroorzaakt minder goed werkende nieren die bovendien eiwitten doorlaten naar de urine.
Zenuwstelsel: Door bloedingen in de hersenen kan de kat plots evenwichtsproblemen krijgen, ook een scheve kopstand of zelfs toevallen kunnen optreden.
Hart: Soms treed er een verdikking van de hartspier op.

Behandeling

Een te hoge bloeddruk is goed te behandelen met medicijnen, er zijn een aantal verschillende tabletten die ingezet kunnen worden. Afhankelijk van de klachten van de kat en hoogte van de bloeddruk zal voor een bepaald type tablet gekozen worden. Het is belangrijk het effect van deze medicijnen te beoordelen door de bloeddruk regelmatig te controleren.

HONDSDOLHEID

Hondsdolheid (rabiës) is in tegenstelling tot wat de naam doet vermoeden een ziekte die bij ieder zoogdier voor kan komen, niet alleen bij honden. Het is een dodelijke virusziekte, die ook voor mensen levensgevaarlijk is. Gelukkig komt de ziekte in Nederland niet voor, het wordt alleen wel eens gevonden bij vossen in de grensstreken en bij vleermuizen.

Vaccinatie voor reizende dieren
Honden, katten en fretten hebben een hondsdolheidvaccinatie nodig zodra ze naar het buitenland gaan. Houdt er rekening mee dat deze vaccinatie altijd minimaal 21 dagen voor vertrek gegeven moet worden, maar voor sommige landen veel langer van tevoren! De vaccinatie is vervolgens drie jaar geldig.

Voor sommige landen zeven maanden van tevoren vaccineren
Als er voor een bepaald land de hondsdolheidvaccinatie eerder gegeven moet worden komt dat omdat er een bloedtest uitgevoerd moet worden. Er wordt dan getest of het dier voldoende antilichamen tegen de ziekte heeft aangemaakt. De eerste vaccinatie tegen hondsdolheid moet dan al zeven maanden (voor Malta, het Verenigd Koninkrijk en Ierland) tot vijf maanden (Zweden en Noorwegen) voor vertrek gegeven worden. Net als Nederland komt er in deze landen geen rabiës voor, en dat willen deze landen maar wat graag zo houden. Door hun geografische ligging kunnen ze dit ook makkelijker controleren en daarom zijn de vaccinatie-eisen strenger.

Bloedtest op antilichamen
Wanneer de bloedtest plaats moet vinden verschilt ook per land. Voor de bloedtest nemen we in de kliniek wat bloed af van het dier, wat we opsturen naar het laboratorium. Als er voldoende antilichamen aanwezig zijn ontvangt u een certificaat wat bij het paspoort gevoegd moet worden. Als uw huisdier daarna binnen het vaccinatieschema van drie jaar opnieuw tegen hondsdolheid wordt geënt, hoeft de bloedtest niet opnieuw plaats te vinden.

Invoereisen per land
Vanaf twaalf weken leeftijd mag een dier geënt worden tegen hondsdolheid. Is uw dier jonger dan twaalf weken, dan hangt het van het land af of uw viervoeter mee mag.

De invoereisen per land vindt u op de website van het Landelijk Informatie Centrum Gezelschapsdieren.

Heeft u vragen over deze of andere vaccinaties of over reizen naar het buitenland, dan kunt u ook altijd contact met ons opnemen.

HORNER SYNDROOM

Het Horner syndroom, is een aandoening waarbij specifieke aangezichtszenuwen niet meer werken. Hierdoor ontstaat een verlamming van een aantal gezichtspiertjes.

De oorzaak van dit syndroom is vaak niet bekend, soms treed dit syndroom op ten gevolge van een aanrijding, een bijtwond, een tumor of een oorontsteking.

Verschijnselen
De verschijnselen treden aan 1 kant van de kop op, niet altijd zijn alle kenmerken aanwezig.

  • verkleinde pupil (miosis)
  • het naar voren komen van het 3e ooglid
  • een hangend bovenooglid
  • het oog lijkt wat dieper te liggen

Diagnose
De bovenstaande verschijnselen zijn erg kenmerkend voor de ziekte, de oorzaak is vaak moeilijk en soms onmogelijk vast te stellen. Door een volledig klinisch onderzoek gecombineerd met bloed en röntgenonderzoek kan soms een oorzaak gevonden worden.

Door het toedienen van een druppel fenylephrine in het oog moeten de verschijnselen na een half uur helemaal verdwenen zijn.

Behandeling
Door het toedienen van fenylephrine druppels worden de verschijnselen opgeheven, dit hoeft alleen wanneer het dier er last van heeft. Indien er een oorzaak gevonden is, zoals bijvoorbeeld een middenoorontsteking, moet dit natuurlijk behandeld worden. Wanneer geen oorzaak te vinden is spreken we van idiopatische Horner, vaak zijn na 6-8 weken de klachten helemaal over.

KATTEN IN DE KOU

Katten kunnen ook 's winters gewoon naar buiten, mits u ervoor zorgt dat ze te allen tijde naar binnen kunnen via bijvoorbeeld een kattenluikje. Een kat zal wanneer het buiten te koud is uit zichzelf weer een warme plaats opzoeken. Als de kat niet naar binnen kan, bestaat het risico dat ze andermans garage opzoekt en daar per ongeluk opgesloten wordt. Veel kattenluikjes werken met magneetjes: controleer bij dergelijke luikjes voorafgaand aan de winter altijd even de magneetjes en vervang ze indien nodig om te voorkomen dat het luikje steeds open waait.

Een warm motorblok heeft op veel buitenkatten een enorme aantrekkingskracht. Check in de winter daarom, voordat u de auto start, altijd even of er geen kat onder de auto zit of geef even een klopje op de motorkap.
Omdat katten in de wintermaanden meer tijd binnen doorbrengen, zullen ze ook vaker hun behoefte op de kattenbak doen in plaats van buiten. U moet misschien de kattenbak wat vaker verschonen.

KATTENAIDS, FIV

Kattenaids vertoont veel overeenkomsten met aids bij de mens. Kattenaids wordt veroorzaakt door het Feline Immunodeficiëntie Virus (FIV). Net als bij de mens vermindert de weerstand en heeft de ziekte een slepend verloop. Het gaat echter niet om hetzelfde virus. Er bestaat dan ook geen besmettingsgevaar voor mensen!
FIV wordt van de ene op de andere kat overgedragen via vecht- en bijtwonden. Besmetting van moeder op kittens in de baarmoeder en via de melk is mogelijk in het acute stadium van de infectie. Vooral katers die veel buiten komen lopen tijdens het verdedigen van hun territorium nogal eens bijtwonden op en lopen daarmee het grootste risico op besmetting.

Klachten
De klachten zijn heel uiteenlopend, maar worden veroorzaakt door het verminderen van de weerstand. Hierdoor zijn katten met FIV makkelijk vatbaar voor allerlei mogelijke infecties (schimmels/bacteriën/virussen/parasieten etc.) De aantasting van het immuunsysteem verergert in de loop van jaren. Tussen besmetting en het werkelijk ontstaan van klachten kan wel 5 jaar tussen zitten.

Een aantal klachten die vaak worden gezien zijn:

  • chronische ontstekingen in de bek
  • vermagering
  • vergrote lymfeknopen
  • bloedarmoede
  • chronische ontstekingen van de voorste luchtwegen
  • chronische diarree
  • koortspieken
  • Diagnose

De diagnose kan gesteld worden met een zogenaamde snel (SNAP)test van een beetje bloed. Een positieve test is bewijzend voor FIV. Deze test wordt in onze kliniek uitgevoerd.

Behandeling
Genezing is niet mogelijk, maar met speciale remmende medicatie kunnen de klachten wel worden verminderd. Verder rest niets dan ondersteuning van de voorkomende klachten (bijvoorbeeld antibiotica bij ontstekingen).
Een kat met FIV kan beter binnen gehouden worden. Het risico op infectie van andere katten is anders aanwezig.

NAGELPROBLEMEN

Algemeen
Honden en katten houden normaal gesproken hun nagels zelf op een goede lengte. Bij honden slijten de nagels meestal voldoende als ze regelmatig op een harde ondergrond lopen. De kat houdt de nagels bij door te krabben aan een krabpaal of buiten aan bomen of andere voorwerpen. Bij beide diersoorten is het normaal gesproken niet nodig om de nagels te knippen.
Bij onvoldoende beweging op een harde ondergrond, bij een afwijkende stand van de benen of bij oudere honden en katten komt het wel eens voor dat de nagels niet goed afslijten. De nagels worden te lang waardoor het risico bestaat dat ze in gaan groeien of inscheuren. Wanneer dit gebeurd is het voor het dier erg pijnlijk en kan het voetzooltje gaan ontsteken. Uiteraard moet er dan een behandeling worden ingesteld en kan in de toekomst preventief de nagel geknipt worden.

Ingegroeide nagels
Bij honden zien we meestal dat de nagels van de duimen in kunnen gaan groeien, zowel aan de voor als aan de achterpoten; deze laatste noemen we hubertusklauwen en zijn niet bij alle honden aanwezig. De duimpjes aan de voorpoten geven minder vaak problemen omdat deze strak tegen de poot aanliggen waardoor ze minder snel ergens achter blijven haken.
Wanneer een hond op oudere leeftijd herhaaldelijk last heeft van gebroken of ingegroeide hubertusklauwen kan overwogen worden om deze te amputeren. Deze chirurgische ingreep is toegestaan wanneer dit in het belang van de hond is.

Gebroken nagel
Nagels kunnen breken wanneer deze te lang zijn of ergens achter blijven haken. De nagel kan helemaal losgaan of nog deels vast blijven zitten. Een gebroken of deels ingescheurde nagel is erg pijnlijk, kan flink bloeden, kan leiden tot kreupelheid of kan aanleiding zijn voor een hond of kat om flink aan de poot te gaan likken.
De nagel kan verwijderd worden door het loszittende deel goed vast te pakken en met een draaiende beweging los te trekken. Wanneer de nagel is verwijderd is het voor het dier direct een stuk minder pijnlijk. Als de teen erg gaat bloeden wordt er even een drukverbandje om gelegd. Een nabehandeling is meestal niet nodig. Wanneer de hond of kat erg pijnlijk is, kan er voor een paar dagen een pijnstiller worden voorgeschreven. Ook is het in sommige gevallen nodig om gedurende een paar dagen de poot wat schoon te houden met een soda- of biotex-badje. Wanneer er toch een ontsteking ontstaat aan de teen is een antibioticum-kuur nodig.

Nagelbedontsteking
Een nagelbedontsteking is een ontsteking van de nagelriem. Dit is een zeer pijnlijke aandoening waardoor de hond of kat kreupel gaat lopen of veel aan de teen likt of bijt.

De ontsteking kan verschillende oorzaken hebben zoals een bacterie, een schimmel, een vreemd lichaam of een ongeluk. Ook kunnen allergische reacties leiden tot een ontsteking. Het is belangrijk om te kijken of er meerdere tenen bij betrokken zijn. Gaat het slechts om één teen dan kan daar een verwonding, splinter, grasaartje of iets dergelijks in aanwezig zijn. Bij een ontsteking aan meerdere tenen moeten we eerder denken aan ziekten met een diepere oorzaak.

Een goed klinisch onderzoek is van belang om een diagnose te kunnen stellen, ook kan het nodig zijn om aanvullend extra onderzoek uit te voeren zoals bij:
Bacteriën: een monster nemen van de plek en deze op kweek zetten.
Parasieten: een afkrabsel nemen en een microscopisch onderzoek uitvoeren.
Schimmels: materiaal afnemen en op kweek zetten.
Auto-immuun ziekten: biopten nemen en deze opsturen naar een patholoog.
Gezwel: biopten nemen of een röntgenfoto nemen.
Wanneer een diagnose is gesteld kan een goed behandelplan worden opgesteld om de klachten zo snel mogelijk te laten verdwijnen.
Wanneer een nagelbedontsteking erg hardnekkig is en met medicijnen niet onder controle te krijgen is, kan worden gekozen voor een operatie. De aangetaste teen kan dan geheel of gedeeltelijk worden verwijderd.

NIESZIEKTE

Niesziekte is een aandoening waarbij sprake is van een ontsteking van de voorste luchtwegen. Verschillende virussen en bacteriën spelen een rol. Daarnaast zijn huisvesting, klimaat en verzorging van belang bij het ontstaan van niesziekte. Daarom is het beter te spreken van het niesziektecomplex.

Verschijnselen
Bij niesziekte is, zoals de naam al aangeeft, sprake van een soort verkoudheid bij katten. Afhankelijk van de verwekker, de leeftijd en de weerstand van de dieren kunnen de verschijnselen variëren. Zo kan de ziekte beperkt blijven tot niezen en wat hoesten met waterige neus- en ooguitvloeiing. Echter als de toestand verslechtert, krijgt de kat koorts met ernstige neus- en ooguitvloeiing en eventueel blaasjes op de tong. Vaak treden er complicaties op, zoals bronchitis en/of longontsteking.
Met medicijnen is niesziekte wel te genezen maar sommige katten kunnen er een chronische loopneus en/of ontstoken oogjes aan over houden. Ook blijven veel katten die niesziekte hebben gehad drager. Tijdens een periode van verminderde weerstand, bijvoorbeeld door stress, kan het niezen opnieuw de kop opsteken, waardoor deze kat weer andere katten in zijn omgeving kan besmetten.
Niesziekte komt met name voor op plaatsen waar katten intensief met elkaar in contact kunnen komen, zoals in catteries, pensions en bij bezoek aan kattententoonstellingen. Contact tussen katten, maar ook contact met besmette materialen, vormen de belangrijkste manieren van besmetting.

Verwekkers
De belangrijkste verwekkers van niesziekte zijn de virussen herpes en calici en de bacteriën Bordetella bronchiseptica en Chlamydia. Deze verwekkers kunnen bij katten voorkomen zonder dat de kat daarvan verschijnselen hoeft te vertonen. Echter onder bepaalde omstandigheden (bijvoorbeeld stress door een verhuizing of een nieuwe kat in huis) kunnen deze katten zelf ziek worden en/of andere katten besmetten.

Preventie
Hoewel vaccinatie tegen niesziekte geen 100% bescherming geeft, is het toch aan te raden tegen deze ziekte te vaccineren. Vooral voor katten die veel met andere katten in contact komen, zoals katten die naar pensions en/of shows gaan. Katten die gevaccineerd zijn tegen niesziekte kunnen toch een milde vorm van niesziekte krijgen. De kans op bijkomende complicaties (zoals bronchitis en/of longontsteking) is dan wel aanzienlijk kleiner.

Vaccinatie
Eerder werd aangegeven dat er verschil bestaat tussen de werkzaamheid van vaccins. Waar de vaccinatie tegen kattenziekte een vrijwel complete bescherming geeft, is dat voor niesziekte veel minder het geval. Dit komt door de vele besmettelijke en niet-besmettelijke factoren die bij niesziekte een rol spelen. Toch zijn vaccinaties van groot belang om de kans op niesziekte zo klein mogelijk te maken en om, als een infectie toch aanslaat, de verschijnselen zo gering mogelijk te laten zijn.
Het vaccin tegen de bacterie Bordetella bronchiseptica is een neusdruppelvaccin. Dit vaccin kan al vanaf de leeftijd van 4 weken worden gegeven. Vaccins tegen de andere niesziektecomponenten worden per injectie toegediend. Deze mogen meestal pas vanaf 8 weken leeftijd worden gegeven.

Vaccinatieschema
In de meeste gevallen wordt een eerste vaccinatie gegeven op de leeftijd van 8 tot 12 weken. Voor een goede basisbescherming moet deze vaccinatie 3 tot 4 weken later worden herhaald. Als zich op jongere leeftijd niesziekte problemen voordoen in de omgeving van uw kitten, kunnen we besluiten al vóór de leeftijd van 8 weken te vaccineren. Uiteraard moeten de vaccinaties dan herhaald worden op de manier zoals hierboven beschreven. Daarna is het raadzaam om jaarlijks tegen niesziekte te vaccineren.

PATELLA LUXATIE

De patella of knieschijf, is het glijbeentje in de dijbeenspier van het achterbeen. De patella zorgt ervoor dat de pees van de dijbeenspier soepel over de knie heen kan glijden. Met de dijbeenspier kan de poot gestrekt worden (denk aan de kniepeesreflex met het hamertje).

De patella wordt op zijn plek gehouden door:

  • de groeve in het dijbeen
  • de kniepees, die van de patella naar het scheenbeen loopt
  • de dijbeenspier
  • twee bandjes die aan weerszijden van de patella vastzitten

Bij een patella luxatie ligt de patella niet meer in de groeve van het dijbeen maar links of rechts er naast. Bij een jong dier met aanleg voor patalla luxatie ligt de patella vaak nog wel in de groeve, maar kan er af en toe afschuiven. Naarmate het dier ouder wordt kalft de rand van de groeve steeds verder af zodat de patella steeds vaker luxeert, soms raakt de patella zelfs permanent geluxeerd.

Aan een kat met een patella luxatie hoef je niet altijd iets te merken, vaak ik het zo dat kat minder graag springt. In ernstigere gevallen is de kat duidelijk kreupel. Het is voor ons vrij eenvoudig vat te stellen of de kat een patella luxatie heeft, hier is geen röntgenfoto voor nodig.

Een patella luxatie kan verholpen worden door een operatie, afhankelijk van de exacte klachten kunnen de volgende handelingen worden verricht:

  • het uitgerekte gewrichtskapsel met bandje in korten
  • het botuitsteeksel waar de kniepees aanhecht te verplaatsen
  • de groeve waar de patella in glijdt dieper maken

PERSISTERENDE (HOEK)TAND, DUBBELE HOEKTAND

Vanaf ongeveer 3-4 maanden leeftijd begint het kitten met het wisselen van zijn melkgebit. Eerst wisselen de snijtanden, daarna volgen de hoektanden. Soms komt het voor dat de melktanden te lang blijven zitten. De melk(hoek)tand staat dan nog steeds stevig vast in de kaak, terwijl de blijvende tand al doorbreekt. Dit komt het meest bij de hoektanden voor.

Doordat nu zowel de melktand als de volwassen tand aanwezig zijn ontstaat er ruimtegebrek in de mond. De tanden komen te dicht op elkaar te staan, de volwassen tand kan door de melktand de verkeerde kant op geduwd worden. Ook vindt er ophoping van voedselresten en haren tussen de tanden plaats. Hierdoor kunnen ontstekingen van het tandvlees ontstaan.

Door regelmatig in de bek van uw kitten te kijken kan een dubbele tand tijdig ontdekt worden. Wanneer een dubbele tand ontdekt is moet deze op korte termijn getrokken worden. Dit gebeurd onder algehele narcose. Vaak kan dit in combinatie met de sterilisatie of castratie gebeuren.
U kunt met uw kitten gratis iedere maand op het junior care spreekuur komen, er wordt dan ook naar het wisselen van de tanden gekeken!! Maak even een afspraak met de assistente.

STAPPENPLAN TEGEN VLOOIEN

  1. Pak het grondig aan!
  2. Behandel alle honden en katten in huis. Denk ook aan dieren die op bezoek komen.
  3. Gebruik middelen die ècht veilig en effectief zijn (ook voor kinderen die in contact komen met de dieren). Dierenkliniek Steenwijk adviseert Bravecto, Broadline of Stronghold (Plus).
  4. De vloeistof uit de pipet op meerdere plekjes in de nek aanbrengen zodat het echt op de huid terecht komt, niet in de haren. Niet inmasseren of wassen na het aanbrengen.

Ook de omgeving moet behandeld worden:

  1. Goed stofzuigen, vooral vloerbedekking, banken, stoelen, kieren en naden.
  2. Kleedjes wassen op tenminste 60 graden.
  3. Een vlooienbandje werkt onvoldoende tegen vlooien bij uw huisdier, maar het werkt wel om een stukje vlooienband in de stofzuigerzak te doen.
  4. Indoor-X® is een omgevingsspray tegen vlooien in de omgeving.
  5. Gaat uw huisdier veel mee in de auto, vergeet deze dan niet mee te nemen in de behandeling, hetzelfde geldt voor een reismandje.

6. Een ontwikkelende vlo kan maandenlang verpopt blijven, maar ze komen uit de pop op het moment dat er trillingen zijn. Zo kan er na een vakantie een ware vlooienplaag ontstaan als er weer bedrijvigheid in huis is. Voor de vakantie behandelen met Indoor-X® helpt.

7. Voor katten bestaat ook de Program®-injectie die zorgt dat de vlooien 6 maanden onvruchtbaar zijn.

8. Lintwormen worden overgebracht door vlooien. De wormen zijn goed te bestrijden met speciale ontwormtabletjes die ook werken tegen lintwormen, maar om te voorkomen dat ze steeds terugkeren moet het vlooienprobleem worden opgelost.

Ziet u door de vlooien uw huisdier niet meer, neem dan contact op met onze praktijk en wellicht komen we samen tot een succesvolle aanpak!

STRESS

Katten vinden het vaak moeilijk zich aan te passen aan veranderingen in hun omgeving of dagelijkse routine. Stress kan veroorzaakt worden door vele, in onze ogen, onschuldige veranderingen, zoals bijvoorbeeld verhuizing, de komst van een baby of een andere kat in de tuin. Zelfs kleine veranderingen zoals het verplaatsen van meubilair, kunnen bij sommige huisdieren al stress veroorzaken. Een aantal vormen van stress is tijdelijk, zoals bijvoorbeeld kennelverblijf, terwijl andere vormen van stress veel langer duren (bijvoorbeeld een nieuwe hond of kat in huis).

Doorgaans laten katten stress zien door zich te onttrekken aan hun omgeving. Zij verbergen zich meer, gaan op een hoger plekje slapen en worden sociaal minder actief. Doordat dit niet altijd opvalt, wordt stress bij katten minder vaak onderkend. Langdurige stress bij katten kan tot gedragsproblemen leiden, waaronder:

  • urineren en ontlasten op ongebruikelijke plaatsen
  • afwijkend eetpatroon
  • afname speelgedrag
  • afname exploratief gedrag
  • veranderingen humeur
  • veranderd gebruik van de omgeving
  • meer verstoppen
  • hogere slaapplaats
  • vermijden bepaalde delen van het huis, bijv. de keuken
  • ontwikkeling stereotyp gedrag, zoals overmatig likken
  • lichamelijke veranderingen, zoals grote pupillen, lage houding
  • toename visuele verkenning van de omgeving

Met een aantal simpele maatregelen kan vaak al een hoop winst worden behaald. Soms is het nodig om (tijdelijk) bepaalde "medicijnen" in te zetten. Dit kan in de vorm van geurstoffen (Feliway) of capsules (Zylkene). Deze zorgen ervoor dat de kat zich weer wat veiliger voelt en relaxter wordt. Vaak kan na een tijdje de behandeling weer gestopt worden zonder dat het afwijkende gedrag weer direct terugkomt.

Vraag gerust naar de mogelijkheden.

SUIKERZIEKTE

Wat is suikerziekte?
Suikerziekte wordt veroorzaakt door een tekort aan insuline.
Bij de vertering wordt voedsel afgebroken tot voor het lichaam bruikbare bouwstenen. De koolhydraten worden in de darmen voornamelijk afgebroken tot een suiker dat glucose wordt genoemd. Glucose wordt vanuit de darm in het bloed opgenomen en na een maaltijd stijgt dus het aanbod van glucose vanuit de darm aan het bloed.
De lichaamscellen gebruiken glucose als brandstof. Deze cellen nemen alleen glucose uit het bloed op als ze daartoe door het hormoon insuline zijn aangezet. Insuline, dat wordt aangemaakt in de alvleesklier, zorgt er dus voor dat deze lichaamscellen voldoende glucose kunnen opnemen en bovendien zorgt insuline er zo voor dat het glucosegehalte in het bloed binnen nauwe grenzen blijft.

Als er te weinig insuline is, blijft er teveel glucose in het bloed achter en is er sprake van suikerziekte. Bij suikerziekte is dus het glucosegehalte in het bloed, ook wel het bloedsuikergehalte genoemd, verhoogd. Veel lichaamscellen daarentegen hebben bij een tekort aan insuline juist een gebrek aan de brandstof en bouwsteen glucose.

Wat zijn de verschijnselen van suikerziekte?
Als er veel glucose in het bloed aanwezig is, zal er via de nieren glucose met de urine verloren gaan. De glucose in de urine trekt extra vocht mee waardoor de kat meer gaat plassen. Om niet uit te drogen, zal de kat vervolgens ook meer moeten drinken.
Omdat glucose een belangrijke brandstof is die nu verloren gaat, zal de kat meer gaan eten en desondanks gewicht gaan verliezen.

De belangrijkste verschijnselen van suikerziekte zijn:

1. veel drinken
2. veel plassen
3. honger (in eerste instantie)
4. vermageren
5. malaise en braken (later stadium)

Diagnose
Door het glucosegehalte in het bloed te meten weten we bij hond of er sprake is van suikerziekte.
Bij de kat moet naast deze meting ook vaak het fructosamine gehalte gemeten worden, voor een definitieve diagnose.

Therapie
De therapie bestaat uit 2 maal daags insuline injecties in combinatie met een aangepaste voeding: Diabetic control.
In sommige gevallen is de therapie tijdelijk, de alvleesklier kan is sommige gevallen weer herstellen.

TE SNEL WERKENDE SCHILDKLIER (HYPERTHYREOIDIE)

Een te snel werkende schildklier wordt vrijwel altijd veroorzaakt door een goedaardig gezwelletje in de schildklier. Deze ziekte komt met name bij de oudere kat (>10 jaar) voor.
Het is de meest voorkomende stofwisselingsziekte bij de kat.

Wat zijn de verschijnselen bij een te snel werkende schildklier?

  • meer eetlust dan normaal
  • vermageren ondanks veel eten!
  • meer gaan drinken en plassen
  • onrustig en actief, met name 's nachts

De kat zal door de verhoogde schildklierwerking meer schildklierhormoon aanmaken dan normaal. Dit stimuleert de stofwisseling. Het "motortje" draait te snel, dit veroorzaakt een te snelle slijtage van verschillende organen. Daarnaast verbruikt de kat meer energie, de kat dit, ondanks meer eten, niet bijhouden: de kat vermagert ondanks een goede eetlust! Door de verhoogde stofwisseling wordt de kat hyperactief en onrustig. Vaak is de vergrote schildklier in de hals voelbaar.

Diagnose
Een te snel werkende schildklier kan eenvoudig door het uitvoeren van bloedonderzoek opgespoort worden. Dit onderzoek kan in onze kliniek plaatsvinden en de uitslag is binnen een half uur bekend.

Behandeling
Er zijn een aantal mogelijkheden om hyperthyreoidie bij de kat te behandelen.
Operatief: de vergrote schildklier wordt verwijderd. Kijk in het fotoalbum voor foto's van de ingreep. De andere schildklier blijft gewoon aanwezig en neemt de taak over. Alvorens te opereren is het belangrijk om de stofwisseling van de kat op een lager niveau te brengen zodat het lichaam wat tot rust kan komen. Dit kan met behulp van schilklierremmende tabletten.
Indien de kat erg oud is of wanneer de nieren al erg veel schade hebben opgelopen adviseren wij om geen operatie uit te voeren. Met schildklierremmende tabletten kan de ziekte vaak redelijk onder controle worden gehouden. Deze medicijnen moeten dan wel levenslang dagelijks gegeven worden.

Behandeling met radioactief jodium. Dit is een erg mooie techniek, nadeel is dat de behandeling alleen plaats kan vinden in 1 gespecialiseerde kliniek. Daarnaast moet de kat 1 week opgenomen worden voor deze behandeling.

VERSTOPTE PLASBUIS

Bij sommige katten wordt er in de blaas blaasgruis gevormd. Dit gruis kan samenklonteren tot kleine steentjes. Gruis en steentjes geven irritatie van de blaaswand en dit kan leiden tot een blaasontsteking. Kijk voor een blaasteenoperatie in het fotoalbum.

Blaasgruis voor een poes is een heel vervelend en pijnlijk probleem, maar blaasgruis bij de (gecastreerde) kater kan levensbedreigend zijn! Dit komt omdat de kater in tegenstelling tot de poes een vrij nauwe penispunt heeft, waar het gruis kan vastlopen. Indien de plasbuis verstopt raakt, kan de blaas zich niet ledigen (de kat kan niet plassen). Nu blijven alle giftige afvalstoffen in het lichaam. Als de blaas zijn maximale grote heeft bereikt, kunnen de nieren hun urine niet meer afvoeren en het bloed niet meer filteren. Dit kan zo leiden tot nierschade en bloedvergiftiging. Een verstopping door blaasgruis is dus een spoedgeval en dient zo snel mogelijk verholpen te worden!

Klachten
Uw kat kan u op verschillende manieren laten zien dat hij blaasgruis heeft:

  • Vaker naar de kattenbak gaan
  • Te lang op de kattenbak blijven zitten
  • Verhoogde persdrang, blijven zitten in de plashouding
  • Pijnuitingen op de kattenbak, zoals klagelijk miauwen of zelfs gillen
  • Veel likken aan de onderkant van de staart
  • Rode urine
  • Kleine plasjes of druppels urine buiten de kattenbak
  • Op gekke plekken plassen: gootsteen of boven op tafel
  • Pijn bij aanraken van de buik en optillen

Een kater met een verstopte plasbuis kan bovengenoemde verschijnselen hebben, echter soms is de kater al zo ziek dat hij alleen maar stil ligt. Neem bij twijfel altijd even contact op!!

Behandeling
Blaasgruis is vaak eenvoudig te verhelpen met een speciaal dieet: Urinary van Royal Canin. Dit dieet lost het gruis als het ware op. Heeft uw kater een verstopte plasbuis, dan is de behandeling alsvolgt:

De verstopping wordt opgeheven door een urinekatheter (dun flexibel buisje) via de penis in de blaas te brengen, uw kat krijgt hiervoor een lichte narcose. Lukt dit katheteriseren niet, dan is het nodig om de blaas eerst met behulp van een blaaspunctie te ledigen, waarna de katheter wordt ingebracht. Na inbrengen van een katheter wordt de blaas gespoeld om alle gruis te verwijderen. Mocht de kater dan nog steeds niet kunnen plassen, of is de verstopping niet met een katheter op te heffen of hij raakt steeds weer verstopt dan wordt gekozen voor een operatie: de penisamputatie. Bij deze operatie wordt het laatste, nauwe gedeelte van de penis verwijderd, waardoor de kater, net als de poes, een brede uitgang van de plasbuis krijgt en hij niet meer verstopt kan raken.

VERZEKERING

Waarom zou u een huisdierenverzekering afsluiten?

U bent zelf ook goed verzekerd, waarom uw huisdier niet? Een bezoek aan het ziekenhuis loopt al snel in de papieren, laat staan een operatie in het ziekenhuis, wij zien hier zelf nooit een rekening van, maar een knieoperatie bij uzelf kost al snel 3000 euro.

Het afsluiten van een ongevallen- en ziektekostenverzekering voor uw huisdier is verstandig. U hoeft zich dan nooit zorgen te maken over de rekening van de dierenarts. Deze kan in bepaalde gevallen flink oplopen; een gescheurde kruisband kost al snel 300-500 euro.

Er zijn meerdere aanbieders van dierenverzekeringen, met allemaal weer verschillende pakketten en voorwaarden. Wij adviseren u een op dieren gespecialiseerde maatschappij te kiezen bijvoorbeeld Petplan.

Maar de verzekering vergoed ook niet alles! Heup- en elleboogproblemen worden zonder meer uitgesloten. Ook voor problemen aan de voortplantingsorganen (bijvoorbeeld een baarmoederontsteking) gelden speciale voorwaarden.

Mocht u nog vragen hebben, bel gerust even voor nadere informatie.

VLOOIENALLERGIE

Als uw dieren last hebben van vlooien is er één tip het belangrijkst: pak het grondig aan! Een vlooieninfectie is te voorkomen door maandelijks een anti-vlooienpipet op de huid tussen de schouderbladen van uw katten (en honden) aan te brengen.

Vlooien?
Om te onderzoeken of uw kat vlooien heeft kunt u een vlooienkam door de vacht halen, met name rond de staartbasis. Als er vlooien zijn vindt u zwarte korreltjes of zelfs levende vlooien. De zwarte korrels zijn vlooienpoepjes. Als u twijfelt of het geen stofdeeltjes zijn: doe de korrels op een natte tissue. Laten de korreltjes een bruin-rode afdruk achter dan is het zeker dat het vlooienpoepjes zijn.

Likken en kaalheid
Katten met vlooien zullen zich meer wassen dan normaal. Soms likken ze zoveel rond de staartbasis dat het daar helemaal kaal wordt. Ook bij katten waarbij geen vlooien te vinden zijn kan deze jeuk en kaalheid optreden. Zo'n 90 procent van de vlooien, eitjes en larven is namelijk niet te vinden op de kat maar bevindt zich in de omgeving. Als uw kat allergisch is voor vlooien zal hij reageren op deze vlooien in huis, ook als er geen vlooien in de vacht zelf zitten. Vaak zijn er dan ook kleine korstjes te voelen op de achterhand. We noemen deze huidontsteking een "miliaire dermatitis".

Behandeling
Zorg dat het huis en de huisdieren vlo-vrij zijn. Hoe u dat kunt doen leest u in het Stappenplan tegen vlooien. Voor katten met een vlooienallergie is een injectie Program een uitkomst. Dit is een prik die de kat eens per halfjaar krijgt en de vlooien onvruchtbaar maakt: anti-conceptie voor de vlo! Daarnaast moet de huidontsteking behandeld worden.

SPEEKSELCYSTE

Een speekselcyste of mucocele is een zwelling onder de huid gevuld met speeksel. Een speekselcyste ontstaat door lekkage uit een speekselklier of de afvoergang van de speekselklier. Omdat het speeksel de weg van de minste weerstand volgt kan de zwelling op verschillende plaatsen ontstaan. Meestal vormt het een soort onderkin bij honden.

Anatomie
Honden en katten hebben vier speekselklieren: de parotis, mandibularis, sublingualis en de zygomaticus-klier. Alle speekselklieren voeren hun speeksel af naar de mond.

Verschijnselen
Honden en katten met een speekselcyste kunnen de volgende klachten hebben:

  • Zwelling onder de kin of tussen de kaaktakken
  • Bloed in de bek (doordat de cyste beschadigd wordt met kauwen)
  • Benauwdheid (als de cyste de luchtwegen in de weg zit)
  • Moeilijk slikken of eten

Bij welke dieren zien we de speekselcyste het meest?
Het komt vaker voor bij honden dan bij katten en meer bij reuen dan bij teven. Rassen die vaker een speekselcyste hebben zijn de poedel, Duitse herder en teckel.

Diagnose
De zwelling is bij een speekselcyste normaal zacht en fluctuerend (tumoren en abcessen zijn vaak veel steviger). Het is dus vaak al te voelen dat het om een speekselcyste gaat. Bij twijfel wordt er met een dun naaldje in geprikt om wat vloeistof of cellen op te zuigen.

Therapie
Niet alleen de speekselcyste, maar ook de afvoergang en de lekkende speekselklier(en) worden met een operatie verwijderd. Vervolgens wordt er een drain ingehecht, dat is een plat flexibel rubberen slangetje om wondvocht af te voeren. Teveel wondvocht belemmert namelijk de wondgenezing en er kunnen bacteriën in gaan groeien. Na enkele dagen kan de drain verwijderd worden.

Heeft uw kat last van een zwelling op de beschreven plek? Maak dan een afspraak met ons op de kliniek zodat we kunnen beoordelen hoe het behandeld kan worden.

VERBRANDING IN DE ZON

Niet alleen wij moeten oppassen in de zon, ook honden en katten kunnen verbranden.

Witte oorschelpranden bij katten zijn berucht, die ontwikkelen door de zon sneller huidkanker (plaveiselcelcarcinoom). Maar ook honden met weinig haar of een korte witte vacht moeten oppassen.

Wat kan je er tegen doen? Zorg dat je hond in ieder geval niet op de heetste uren van de dag op zijn rug gaat 'liggen bakken'. Voor de meest zongevoelige plekken kan je een sunblock gebruiken (voor witte oren bij zonaanbiddende katten echt een must!). Likt je dier wel eens aan de ingesmeerde plekken? Gebruik dan een sunblock speciaal voor dieren, die zijn ook bij oplikken veilig.