Konijnen

Konijnen zijn hét gezelschapsdier in opkomst. Veel konijnen worden tegenwoordig binnen gehouden en vormen een deel van het gezin. Buiten doen konijnen het ook prima, maar dan is een maatje wel van belang. Konijnen zijn namelijk dieren die van nature in groepen leven.

Hieronder vindt u achtergrondinformatie over veel voorkomende ziektes bij konijnen. Twijfelt u over de gezondheid van uw konijn, bel gerust even op of kom langs op de kliniek.


Ziekte & Behandeling

In dit overzicht kunt u informatie vinden over ziektes en behandelingen.

CASTRATIE

Castratie van een mannetjes konijn (rammelaar) kan vanaf vijf maanden leeftijd. Houd er rekening mee dat een rammelaar nog tot 3 weken na de castratie een voedster kan bevruchten. Zo lang moeten de konijnen dus nog apart gehouden worden.

Hoe gaat de operatie in zijn werk?
Konijnen mogen gewoon eten en drinken voor de operatie, ze hoeven niet nuchter te komen.
Bij de castratie worden via twee huid snedes de beide testikels verwijderd.
Ook na de operatie mag uw konijn meteen weer eten en drinken. U krijgt van ons pijnstilling mee.

Redenen om een rammelaar te castreren zijn:

  • sproeien (wees er dan snel bij, want als het gedrag eenmaal aangeleerd is kunnen ze er na de castratie mee doorgaan)
  • agressiviteit naar mensen of andere konijnen
  • zodat ze de voedster nier drachtig kunnen maken

E. CUNICULI

E. cuniculi is een vervelende konijnenziekte. In tegenstelling tot VHD en myxomatose kunnen we E. cuniculi niet voorkomen door het konijn in te enten. Het is een besmettelijke ziekte voor konijnen, die veroorzaakt wordt door een eencellig beestje: een protozo. Languit heet deze vervelende ziekteverwekker Encephalitozoon cuniculi, wat in konijnenland vaak afgekort wordt tot EC.

Hoe kan mijn konijn E. cuniculi oplopen?
Een konijn kan besmet raken met E. cuniculi door contact met de urine van een besmet konijn. Ook kunnen konijnen in de baarmoeder besmet raken voor ze geboren worden.

Wat voor verschijnselen hebben deze konijnen?
Aan besmette konijnen is meestal niet te zien dat ze ziek zijn, maar een klein deel van de konijnen met E. cuniculi krijgt er ziekteverschijnselen van. Waarschijnlijk is 50 tot 75% van de Nederlandse konijnen besmet met deze ziekte. De ziekteverwekker grijpt aan in het zenuwstelsel, de nieren en de ooglens. Het kan dan de volgende verschijnselen veroorzaken:

  • Scheve kopstand of omhoog blijven kijken (‘sterrenkijken')
  • Dronkemansgang
  • Staar in de ooglens, oogontstekingen
  • Meer plassen en drinken, incontinentie
  • Nierfalen
  • Epilepsie
  • Verlamde of verzwakte achterpoten

Kan ik er zelf ook ziek van worden?
Officieel is E. cuniculi een zoonose. Dat betekent dat mensen er ook ziek van kunnen worden. Tot nu toe is het alleen beschreven bij mensen met een sterk verzwakt immuunsysteem (bijvoorbeeld door HIV).

Diagnose
Een konijn met meerdere van bovenstaande symptomen is verdacht van E. cuniculi. Om meer zekerheid te hebben kunnen we de antilichaam titer (IgM) laten bepalen.

Therapie
We gebruiken het medicijn fenbendazol: dit moet 28 dagen lang gegeven worden. Het mooiste is om het konijn de eerste drie dagen op te nemen in de kliniek zodat hij ook injecties met vitamine B en een ontstekingsremmer kan krijgen. De meeste konijnen verbeteren sterk, maar soms houden ze wel restverschijnselen. In periodes van kou of stress kan de ziekte terugkeren.

GEBIT

Algemeen
De tanden en kiezen van konijnen en cavia's hebben een open wortel en groeien gedurende hun hele leven door. De snijtanden groeien 2-2.4 mm per week. Dit is dus bijna 10 cm per jaar. Bij een normale stand van de tanden en kiezen in de boven- en onderkaak, is de slijtage evenredig met de continue groei. Gebitsproblemen ontstaan door een aangeboren of verkregen standsafwijking van de tanden en/of kiezen en zijn de meest voorkomende oorzaak van niet willen eten (anorexie) bij het konijn en de cavia. Anorexie is levensgevaarlijk, want als een knaagdier 24 uur of langer niet eet komt het maagdarmkanaal stil te liggen en komt dan nog maar heel moeizaam weer op gang.

Klachten
Het is zaak om gebitsproblemen tijdig te ontdekken. Let goed op een verminderde voedselopname, moeizaam en langdurige kauwen op voedsel, speekselen (hierbij is de kin vaak nat en ook de binnenzijde van de voorpoten), afwijkend oppakken en afhappen van voedsel, vermagering, minder ontlasting en ook vaak kleinere keutels.

Diagnose
Een goede gebitsinspectie geeft de diagnose; lange, scheefgegroeide tanden, haken op de kiezen, wondjes van de wang of tong en soms zelfs "brugvorming" van de kiezen van weerszijde over de tong heen. Omdat het konijn en de cavia een heel lange, smalle mondholte hebben, is voor een uitgebreide inspectie van de achterste elementen, hiervoor is een lichte narcose nodig.

Behandeling
Heel soms lukt het de kiezen/tanden weer in vorm te krijgen door te vijlen zonder narcose. Maar in verband met de stress die het teweeg brengt, gebeurt de behandeling (en de diagnose) meestal onder narcose. Na 4-6 weken moet het dier dan wel weer op controle komen. Bij sommige dieren is de stand van de snijtanden zo afwijkend dat ook door middel van slijpen geen normale stand meer gerealiseerd kan worden. Dat zou dan betekenen dat de tanden om de paar weken ingekort moeten worden. Het is in zo'n geval beter om de snijtanden onder narcose te trekken.

Preventief
Een verkeerde samenstelling van het voedsel (gemengd voer en te veel snoep) kan leiden tot loszittende elementen met alle gevolgen van dien. Dit komt door een calciumtekort, waardoor de kaak gaat ontkalken en de kiezen letterlijk gaan wiebelen in hun kas. Het is dan ook belangrijk het konijn en de cavia op pellet/biks voeding te zetten en veel hooi te voeren. Vraag ons gerust voor advies.

HUID EN HAAR

Konijnen zijn er in alle soorten en maten. Zo is ook de vacht van verschillende soorten verschillend. Sommige konijnen hebben lang haar, andere een korte vacht.

Wam
Voedsters hebben een ‘wam': een huidplooi onder de kin. Als een konijn een nestje maakt plukt ze haren uit de wam om het nest warm en zacht te maken. De wam kan bij oudere voedsters behoorlijk groot worden.

Drie geurklieren
Rammen en voedsters hebben drie soorten geurklieren waarmee ze hun territorium afbakenen: de kinklier, de anaalklieren en de ‘inguinale' klier aan weerszijden van de anus. Ook pasgeboren jongen worden door de voedster met deze sterke geuren omringt, het zorgt ervoor dat ze weet dat dit haar jongen zijn en dat ze ze geen kwaad doet.

Huidproblemen
Konijnen kunnen huidproblemen hebben door een infectie. Zo kunnen bacteriën zorgen voor abcessen (vaak Pasteurella multocida en Staphylococcus aureus) en ontstoken voetzolen. Myxomatose is een dodelijk virus dat verdikkingen in de huid veroorzaakt, konijnen moeten daarom twee keer per jaar worden ingeënt. Meer informatie over myxomatose vind je hier. Schimmels komen ook veel voor bij konijnen, vaak zijn dit schimmels van de Trichophyton soort. Daarnaast kunnen mijten zorgen voor veel ongemak: oormijten (Psoroptes cuniculi) en vachtmijten (Cheyletiella parasitophorax). Madenziekte (myiasis) is een ernstige infectie met vliegenlarven, er moet meteen iets aan gebeuren. Lees hier meer over madenziekte. Net als honden en katten kunnen ook konijnen last hebben van vlooien.

Heeft uw konijn last van jeuk of huidklachten, neem dan contact op met de kliniek.

HUISVESTING KONIJN 

Een konijn stelt niet te hoge eisen aan zijn woning, een ruim verblijf (minstens de afstand van 5-6 sprongen van het konijn), een dikke laag zaagsel of stro en een mogelijkheid om te schuilen (bijvoorbeeld een kartonnen doos) is hij al tevreden

  • Een konijn kan natuurlijk ook buiten gehouden worden, ook in de winter, mits het hok goed beschut en tocht vrij is.
  • Het drinkwater kan het beste gegeven worden uit een (zwaar) bakje.
  • Konijnen zijn in principe zindelijk en zullen een plek in het hok uitkiezen om hun behoefte te doen. Op de markt zijn speciale konijnenbakjes verkrijgbaar om de keutels en urine in op te vangen.
  • In de zomer moet het konijn over een stukje schaduw beschikken, want in de felle zon kan hij oververhit raken!
  • Een konijn is een echt groepsdier en is met een andere of met meer konijnen pas echt gelukkig.
  • De kleinste kans op vechten heeft u bij de volgende combinatie; mannetje-vrouwtje (1 of beide gecastreerd/gesteriliseerd).

Het wennen van twee konijnen kan het beste gebeuren in een omgeving die voor allebei nieuw is. Laat ze dan onder toezicht los lopen en kom alleen tussen beide als ze heftig gaan vechten. Vaak gaat het al snel goed en aan het einde van de dag kunt u ze beide in één hok zetten.

KONIJNEN IN DE KOU

Volwassen konijnen kunnen prima het hele jaar door buiten worden gehouden. Als ze buiten gewend zijn, ontwikkelen ze een wintervacht waarmee ze zich ook bij strenge vorst warm kunnen houden. Zorg er wel voor dat de konijnen zich warm kunnen ingraven in bijvoorbeeld een dikke laag stro en dat het nachthok wind- en waterdicht is. Plaats het hok zo dat er geen noordenwind in kan waaien. Als het erg hard vriest en het waait, kan het nuttig zijn om vooral 's nachts ook het open deel van het hok af te schermen met bijvoorbeeld plexiglas of een deken zodat er geen koude wind in waait. Natuurlijk moet er wel lucht in het hok kunnen komen dus dek niet de hele voorkant af.

Zorg er bovendien voor dat u tenminste twee konijnen hebt: konijnen zijn gezelschapsdieren en houden elkaar bovendien lekker warm.

Heeft u een hok met een ren daar aan vast, dan kunt u de konijnen zelf laten kiezen waar ze willen lopen. Veel buitenkonijnen vinden sneeuw best leuk. Ze zullen zelf hun hok weer in gaan als ze het te koud krijgen.

Controleer het drinkwater tenminste twee keer per dag en vervang het zodat het niet bevriest. Drinkflesjes zijn met vorst minder handig, omdat het drinktuitje snel vastvriest. Een waterbak in het binnenhok bevriest minder snel.

Neem buitenkonijnen 's winters niet steeds mee naar binnen; konijnen kunnen namelijk slecht tegen temperatuurwisselingen.

MYIASIS / MADENZIEKTE

In de zomer zijn vliegen een groot gevaar voor konijnen omdat ze madenziekte kunnen veroorzaken. Het komt met name voor bij konijnen die plakpoep in de haren rond de anus hebben hangen. De huid is daar vaak ontstoken en de vliegen komen af op de geur. De vliegen leggen eitjes rond de anus waar maden uit komen die onder de huid kruipen en daar enorme schade aanrichten. De plakpoep is geen diarree, maar ontstaat door een verkeerde voeding. Konijnen mogen niet meer dan 25 g brokjes per kg lichaamsgewicht, en hebben onbeperkt hooi nodig en veel groenvoer.

Verschijnselen

  • Ontlasting die aan de haren rond de anus blijft hangen
  • Groene vliegen die rond het konijnenhok vliegen
  • De maden zijn klein en wit en kruipen snel weg onder de huid, vaak zijn ze pas te zien als de klonten ontlasting worden weggeknipt

De ziekte voorkomen

  • Zorg voor de juiste voersamenstelling (niet teveel brokjes)
  • Voorkom dat er geen vliegen bij het konijn kunnen komen
  • Verwijder keutels en plasplekken iedere dag uit het hok
  • Controleer de achterkant van het konijn op plakpoep
  • Preventief (om de ziekte te voorkomen) kan met de Nomyiasis spray die we in de kliniek hebben. Eén keer per maand op je konijn sprayen in de warme maanden.

Behandeling

Heeft je konijn toch madenziekte gekregen? Op de kliniek verwijderen we de ontlasting en de maden en wassen we het konijn. Het konijn krijgt pijnstilling en antibiotica. Het is een gemene aandoening die dodelijk kan zijn.

MYXOMATOSE

Myxomatose is een dodelijke ziekte die wordt veroorzaakt door een virus dat behoort tot de pokkenvirussen. Het komt vooral in de zomer en nazomer voor. Een konijn wordt meestal besmet door stekende insecten zoals muggen, vliegen en vlooien. Ze kunnen echter ook ziek worden door contact met besmette konijnen of door besmette materialen.

Verschijnselen
De verschijnselen ontstaan na enkele dagen tot twee weken

  • Sloomheid
  • Waterige ooguitvloeiing
  • Koorts
  • Zwellingen rond oogleden, snuit en anus
  • Verdikkingen (myxomen: huidtumoren) vooral op de oren, bek en rug
  • Longontsteking, deze is bijna altijd dodelijk

De ziekte is meestal dodelijk
Er is geen medicijn voor het virus. Wel kunnen we pijnstillen, bacteriële infecties die vaak ook optreden bestrijden, en de ogen beschermen. Zorg verder voor een warm plekje en zorg dat het konijn blijft eten, zo nodig vloeibaar voedsel met een spuitje in de bek ingeven. In het wild overleeft maar 5-10% van de konijnen de infectie.

Een keer per jaar vaccineren
Omdat de ziekte bijna altijd dodelijk is, is het heel belangrijk om met een vaccinatie uw konijn te beschermen. Enten mag als het konijn één maand oud is, alleen dwergkonijnen pas vanaf drie maanden. Na één week is er voldoende bescherming. We raden aan om in het voorjaar te laten enten, omdat de besmettingskans in het voorjaar en zomer het hoogst is. De bescherming is niet 100%, maar de gevaccineerde dieren worden niet ziek, of krijgen een veel mildere vorm van de infectie. De enting kan een kleine zwelling in de huid veroorzaken die vanzelf weer verdwijnt. Als een konijn al ziekteverschijnselen heeft mag hij niet gevaccineerd worden. Ook is het dan niet verstandig om andere konijnen uit dezelfde groep te vaccineren, omdat het kan zijn dat ze het virus al hebben opgelopen en daardoor een lagere weerstand hebben.

De ziekte voorkomen
Naast één keer per jaar vaccineren kunt u voorkomen dat het dier ziek wordt door:

  • Te zorgen dat er geen insecten bij het konijn kunnen komen
  • Vlooien bestrijden met Stronghold of Advantage (niet met Frontline of Effipro)
  • Geen contact met dieren die vlooien kunnen overbrengen (denk ook aan egels)
  • Als een konijn verschijnselen heeft van myxomatose dit dier meteen apart huisvesten, en ook voerbakken en andere materialen strikt gescheiden houden

PIJN HERKENNEN BIJ HET KONIJN

Het konijn is een prooidier en zal daarvoor pijn niet duidelijk uiten pijn kunt u herkennen aan:

  • het stilzitten in een hoekje
  • sloomheid
  • knarsetanden
  • heel snel ademen (hyperventilatie) of zelfs hijgen
  • slechte eetlust

Indien u één van de bovenstaande verschijnselen bij uw konijn ziet, neem dan contact op met de kliniek!

VACCINEREN KONIJN

Er zijn twee belangrijke ziektes welke dodelijk kunnen zijn voor het konijn en waartegen hij geënt kan worden. Enten kan zodra het konijn één maand oud is, en bij dwergkonijnen vanaf drie maanden leeftijd.

1. Myxomatose
Deze ziekte wordt overgebracht door een virus en veroorzaakt gezwollen en ontstoken slijmvliezen, bij een niet gevaccineerd konijn wordt dit zo erg dat het konijn stopt met eten en sterft. Het virus wordt overgebracht door stekende insecten zoals muggen, vliegen en vlooien en kan zo dus ook bij het konijn dat binnen gehouden wordt voorkomen.

2. RHD (Rabbit Hemorrhagic Disease)
Deze ziekte wordt overgebracht via de urine of ontlasting van wilde konijnen. Via schoeisel of bijvoorbeeld het voeren van besmet vers geplukt gras, kan ook ons huiskonijn geïnfecteerd raken. De bloedstolling van het konijn raakt verstoord, waardoor hij overal bloedingen krijgt. Soms gaat de ziekte zo snel dat hij binnen een of enkele uren sterft.

Ons advies is om het konijn éénmaal per jaar tegen deze ziektes te enten. We raden aan om in het voorjaar te laten enten, omdat de besmettingskans in het voorjaar en zomer het hoogst is.

RHD2-virus
Sinds december 2015 is er een nieuwe variant van het RHD-virus opgedoken, namelijk het RHD2-virus. Hierbij zien we acute sterfte (binnen 3-5 dagen). Op dit moment is hier geen behandeling voor, maar u kunt wel vaccineren om deze ziekte te voorkomen.

Er is een vaccin voor Myxomatose en RHD1 + RHD2 beschikbaar.

Bij vragen of twijfel over de gezondheid van uw konijn, kunt u natuurlijk contact met ons opnemen.

VHD

RHD (Rabbit Hemorrhagic Disease)
RHD is een ernstige virusziekte bij het konijn. Het is één van de twee ziektes waar we konijnen standaard tegen vaccineren.

RHD2-virus
Sinds december 2015 is er een nieuwe variant van het RHD-virus opgedoken, namelijk het RHD2-virus. Hierbij zien we acute sterfte (binnen 3-5 dagen). Op dit moment is hier geen behandeling voor, maar u kunt wel vaccineren om deze ziekte te voorkomen.

Verschijnselen
De symptomen van RHD kunnen heel snel verergeren. Soms valt het konijn zelfs dood neer zonder verschijnselen te hebben vertoond. Verschijnselen die gezien kunnen worden:

  • sloomheid
  • stoppen met eten
  • benauwdheid
  • koorts
  • schreeuwen
  • tandenknarsen
  • bloederig schuim uit de neus

De eerste symptomen treden meestal op na één tot drie dagen. Bloedingen kunnen daarna vrij snel optreden in het hele lichaam, maar met name in de darmen. De ziekte RHD betekent dan ook 'bloedende virusziekte'.
Toch zijn er bij RHD niet altijd bloedingen in het spel. Het konijn kan zelf plots overlijden zonder dat er symptomen gezien zijn.

Verspreiding
Als konijnen direct contact hebben kunnen ze elkaar met de ziekte besmetten, maar ook via de keutels en urine, via insecten zoals vliegen, besmet groenvoer en besmette materialen (bijvoorbeeld via drinkflesjes) wordt het doorgegeven. Zo kan vers geplukt gras al een boosdoener zijn, zeker als op die plaats ook wilde konijnen komen. En ook via je schoenen kan je de ziekte mee naar huis nemen.

Voorkomen
Om te voorkomen dat uw konijn RHD krijgt vaccineren we in het voorjaar tegen deze ziekte. Dit doen we dan tegelijk met de enting tegen Myxomatose. We raden aan om in het voorjaar te laten enten, omdat de besmettingskans in het voorjaar en zomer het hoogst is. Konijnenopvangadressen adviseren we om twee keer per jaar tegen RHD te vaccineren, omdat de infectiedruk hier veel hoger is.

VOEDING KONIJN

Brokjes

  • Het voer, liefst pellets, moet in afgepaste hoeveelheid worden gegeven: twee eetlepels pellets per dag (=40 gram) is over het algemeen voldoende! Bovendien eet het konijn bij grote hoeveelheden brok niets meer van zijn hooi.
  • Pellets zijn donker groene staafjes die alle bouwstoffen bevatten die een konijn nodig heeft. Een andere vorm van droogvoer is gemengd voer, hiervan is bekend dat het konijn er alles uitpikt wat hij lekker vind en de rest laat liggen. Zo krijgt hij een te eenzijdige voeding.
  • Een konijn dat niet eet moet naar de dierenarts!
    Als het spijsverteringskanaal eenmaal stil ligt, is het moeilijk weer opgang te krijgen.

Ruwvoer

  • hooi is zeer belangrijk om het spijsverteringskanaal goed te laten werken en dient altijd voor het konijn beschikbaar te zijn.
  • Door het kauwen en malen van het hooi heeft het konijn minder kans op gebitsproblemen
  • Ook neemt de kans op diarree en overmatige gasvorming aanzienlijk af.

Groente en fruit

  • Wen het konijn langzaam aan groente en fruit; geef kleine hoeveelheden per keer. Het konijn kan slecht tegen een plotselinge voer wisseling.
  • Wees voorzichtig met groente die veel vocht bevatten zoals sla en andijvie
  • Pas ook op met bloemkool en andere koolsoorten; deze groente kunnen leiden tot gasvorming in de buik
  • Groenten geschikt voor konijnen zijn; andijvie, witlof, wortel, peterselie, paardenbloemblad, en in beperkte mate slasoorten en groen van de kool
  • Fruit geschikt voor konijnen is; appel, peer, banaan, sinaasappel en mandarijn

VOORTPLANTING KONIJN

  • Vrouwtjes (voedsters) en mannetjes (rammelaars) zijn op 22-52 weken leeftijd geslachtsrijp, wanneer ze volledig uitgegroeid zijn.
    Kleine rassen op 4-5 maanden, medium rassen op 4-6 maanden en grote rassen op 5-8 maanden leeftijd
  • Voedsters zijn het gehele jaar door vruchtbaar
  • Door de paring, die 2(!) seconden duurt, wordt de eisprong opgewekt
  • De draagtijd is gemiddeld 30-33 dagen
  • De worp grootte is 4-12 jongen, maar is afhankelijk van het ras en hoeveel nesten het dier al heeft gehad:

Kleinere rassen hebben kleinere worpen (dwergkonijn 4-5) en grotere rassen grotere (Vlaamse reus 8-12 jongen)

  • Het konijn bouwt op 18-20e dag van de dracht een nest met hooi en haar dat zij van haar buik plukt
  • Schijnzwangerschap duurt 18-20 dagen en is herkenbaar aan het bouwen van een nest en het kaalplukken van de onderbuik, maar het uitblijven kleine konijntjes.
  • De jongen zijn nestblijvers; ze worden kaal en blind geboren en blijven tot 3 weken in het nest
  • Moeders geven slechts eenmaal per dag, gedurende 5 minuten melk aan de jongen
  • Tot 6 weken moeten de jongen bij de moeder blijven.

Het konijn komt als hij geslachtsrijp wordt, in de pubertijd; de mannen kunnen gaan sproeien (vergelijk bij de kater; sterk ruikende urine), de vrouwen worden territoriaal en kunnen zelfs agressief worden (grommen en uitvallen naar een hand in het hok).

Vanaf 5 maanden leeftijd kan een rammelaar gecastreerd worden, wees er als hij gaat sproeien snel bij, want anders kan hij dit gedrag gaan aanleren en blijft hij hier, ook na castratie, mee doorgaan

Vanaf 6 maanden leeftijd kan een voedster gesteriliseerd worden, dit voorkomt tevens de grote kans op baarmoederontsteking en tumoren op latere leeftijd

WORMEN BIJ HET KONIJN

Wormen bij het konijn
Worminfecties komen vaak voor bij konijnen, gelukkig veroorzaken ze bijna nooit problemen.

Wormen in de nachtkeutels
Konijnen produceren altijd twee soorten keutels: de normale stevige keutels van overdag, maar ook de zachtere blindedarm keutels die ze 's nachts produceren en als in een druiventrosje aan elkaar geplakt zitten. Normaal ziet u de blindedarmkeutels niet omdat het konijn die weer op eet. De wormen zitten meestal in de blindedarm. Bij een worminfectie zijn de worpjes dan ook meestal alleen te zien op de blindedarmkeutels, als kleine witte sliertjes die kunnen bewegen. De wormen heten pinwormen, of op z'n Latijns Passalurus ambiguus, of ook wel Oxyuris ambiguus. Onder de microscoop zijn in de blindedarmkeutels ook de eitjes te vinden, en die eitjes zijn soms ook te vinden als een plakbandje eerst tegen de anus wordt geplakt en dat plakbandje dan onder de microscoop wordt bekeken.

Verschijnselen
De wormpjes (ong 1 cm lang) zijn vaak te zien in de nachtkeutels. Daarnaast kunnen de volgende verschijnselen gezien worden (met name bij jonge konijnen):

  • Sloomheid
  • Maag-darmproblemen
  • Verminderde eetlust
  • Jeuk rond de anus