Suikerziekte 

 

Wat is suikerziekte?
Suikerziekte wordt veroorzaakt door een tekort aan insuline.
Bij de vertering wordt voedsel afgebroken tot voor het lichaam bruikbare bouwstenen. De koolhydraten worden in de darmen voornamelijk afgebroken tot een suiker dat glucose wordt genoemd. Glucose wordt vanuit de darm in het bloed opgenomen en na een maaltijd stijgt dus het aanbod van glucose vanuit de darm aan het bloed.
De lichaamscellen gebruiken glucose als brandstof. Deze cellen nemen alleen glucose uit het bloed op als ze daartoe door het hormoon insuline zijn aangezet. Insuline, dat wordt aangemaakt in de alvleesklier, zorgt er dus voor dat deze lichaamscellen voldoende glucose kunnen opnemen en bovendien zorgt insuline er zo voor dat het glucosegehalte in het bloed binnen nauwe grenzen blijft.

Als er te weinig insuline is, blijft er teveel glucose in het bloed achter en is er sprake van suikerziekte. Bij suikerziekte is dus het glucosegehalte in het bloed, ook wel het bloedsuikergehalte genoemd, verhoogd. Veel lichaamscellen daarentegen hebben bij een tekort aan insuline juist een gebrek aan de brandstof en bouwsteen glucose.

Wat zijn de verschijnselen van suikerziekte?
Als er veel glucose in het bloed aanwezig is, zal er via de nieren glucose met de urine verloren gaan. De glucose in de urine trekt extra vocht mee waardoor de kat meer gaat plassen. Om niet uit te drogen, zal de kat vervolgens ook meer moeten drinken.
Omdat glucose een belangrijke brandstof is die nu verloren gaat, zal de kat meer gaan eten en desondanks gewicht gaan verliezen.
De belangrijkste verschijnselen van suikerziekte zijn:
1. veel drinken
2. veel plassen
3. honger (in eerste instantie)
4. vermageren
5. malaise en braken (later stadium)

Diagnose
Door het glucosegehalte in het bloed te meten weten we bij hond of er sprake is van suikerziekte.
Bij de kat moet naast deze meting ook vaak het fructosamine gehalte gemeten worden, voor een definitieve diagnose.

Therapie
De therpie bestaat uit 2 maal daags insuline injecties in combinatie met een aangepaste voeding: Diabetic control.
In sommige gevallen is de therapie tijdelijk, de alvleesklier kan is sommige gevallen weer herstellen.