Elleboogdysplasie 

 

Elleboogproblemen bij de hond

Elleboogdysplasie - Elleboogproblemen bij de hond

Het ellebooggewricht is een bijzonder gewricht, het is namelijk samengesteld uit 3 botten in tegenstelling tot de meeste gewrichten die uit 2 botuiteinden bestaan. De ellepijp en het spaakbeen vormen samen het kommetje waarin de bovenarm ronddraait. Dit leidt nogal eens tot problemen.

Wanneer tijdens de ontwikkeling van de pup groeiafwijkingen in de ellepijp of het spaakbeen optreden past dit kommetje niet goed meer rond de bovenarm, dit noemen we incongruentie. Dit niet goed passen leidt weer tot artrose, kapot kraakbeen en soms losse botstukjes in het gewricht. De hond is kreupel en heeft moeite met het buigen van de voorpoot.

Deze aandoeningen hebben de volgende namen:

LPC: los processus coronoideus

Osteochondrose is ook een elleboogaandoening bij de jonge groeiende hond. Het kraakbeen in de elleboog is niet goed aangelegd, sterft af en laat los. Deze dode kraakbeenflap kan zelf verkalken en een 'gewrichtsmuis' vormen. Osteochondrose komt nogal eens voor in combinatie met LPC, tijdens een kijkoperatie is het dan ook erg belangrijk het gehele ellebooggewricht goed te onderzoeken.

Lees verder

OCD: osteochrondose

Osteochondrose is ook een elleboogaandoening bij de jonge groeiende hond. Het kraakbeen in de elleboog is niet goed aangelegd, sterft af en laat los. Deze dode kraakbeenflap kan zelf verkalken en een gewrichtsmuis vormen. Osteochondrose komt nogal eens voor in combinatie met LPC, tijdens een kijkoperatie is het dan ook erg belangrijk het gehele ellebooggewricht goed te onderzoeken.

Lees verder

LPA: los processus anconeus

Het los processus anconeus is een zeldzamere afwijking aan de elleboog. Deze aandoening komt voor bij de jonge snel groeiende hond, en vooral bij de Duitse herder, Basset en de Duitse Dog. Het losse stukje is het haakje van de ellepijp. Dit stukje is bij de jonge hond via een groeischijf aan de rest van de ellepijp verbonden. Wanneer door een groeistoornis het spaakbeen sneller groeit dan de ellepijp dan wordt dit botstukje weggedrukt en komt het uiteindelijk los te liggen. Ook kan het stukje los komen te liggen door een ongeval of ongelukkige verstapping.

Lees verder

Radius Curvus

De botten van jonge dieren groeien niet over de hele lengte. Stukjes kraakbeen aan de uiteinden van de botten zorgen voor de lenggroei deze kraakbeenschijfjes heten groeischijven. In de onderarm (van elleboog tot pols) zorgen de twee botten die naast elkaar liggen voor de stevigheid: de ellepijp en het spaakbeen. Zolang deze twee botten even snel groeien is er niets aan de hand. Wanneer een van beide botten echter sneller groeit dan de ander gaat het mis. Het traag groeiende bot belemmert het sneller groeiende bot in zijn groei en trekt het krom. Vergelijk het maar met een boog, het snel groeiende bot is de boog, het traag groeiende bot de boogpees.

Het uiteinde van ellepijp en spaakbeen vormen samen aan de bovenzijde het ellebooggewricht en aan de onderzijde het polsgewricht. Groeistoornissen zorgen ook voor problemen in deze gewrichten. In de elleboog spreken we nu van incongruentie, oftewel het niet passen van het gewricht.

Bij dieren met het radius curvus syndroom is er een storing in de groei van de ellepijp, waardoor het spaakbeen, dat wel doorgroeit krom wordt getrokken. De groeistoornis kan ontstaan doordat het in de genen van de hond zit, door verkeerde voeding (vooral bij grote rassen) of doordat bijvoorbeeld door een ongeval de groeischijf van de ellepijp te snel sluit. Bij rassen als de Bassethound, teckels en terriërs kan het kromgroeien erfelijk zijn.

Lees verder